aankleedpop

David

Het asfalt vol scheuren glanst en lijkt bijna te bewegen door het opspattende water. De verlichting van de straatlantaarns en omliggende boerderijen is uitgevallen, waardoor de omgeving een haast spookachtige uitstraling krijgt. Nu en dan worden de weilanden even verlicht en verschijnen groepjes dom voor zich uit starend koeien die beschutting bij elkaar hebben gezocht. Een dreigende donder rolt wat traag achter de lichtflitsen aan. David klemt zijn handen stevig rond het stuur. De ruitenwissers zwiepen in een hoog tempo heen en weer en kunnen het vallende water amper aan. Het beperkte zicht weerhoudt hem niet het gaspedaal nog verder in te drukken. Hij praat hardop tegen zichzelf.

‘Stomme trut … met dit noodweer.’

Met een diepe zucht laat David het gaspedaal een beetje vieren. ‘Ze kent me toch?’

Hij ziet haar weer voor zich staan. De blik in haar ogen was vlammend en hij moest er een beetje om lachen, probeerde toch streng te blijven.
Hij streek het haar van de pruik uit haar gezicht en zijn hand gleed naar het zwarte leer van de band rond haar nek.

Vlak voor zijn bekentenis had hij haar om laten kleden. Een zwart, nauwsluitend jurkje, dunne kousen, hoge hakken met een bandje rond de enkel. De kleren die ze droeg borg ze op in haar kleine koffertje. Hij gespte de halsband rond haar nek en liet haar vooroverbuigen zodat hij het kogelvormige sierraad bij haar in kon brengen. Als laatste hielp hij haar met de donkere pruik. Ze zag eruit als iemand anders, op haar ogen na. Hij zal haar altijd herkennen aan haar ogen. Daarin ligt haar hele wereld. Hij is haar hele wereld. Zijn bekentenis doet daar niets aan af.

‘Ik moet je iets vertellen.’

Ze keek naar hem op en liet zijn woorden op zich inwerken. Hij heeft iemand leren kennen. Een vrouw, via zijn werk. Hij vindt haar interessant en is nieuwsgierig. Ze raakt iets in hem.
‘Ik wil haar beter leren kennen. Komende zaterdag ga ik een hapje met haar eten.’

Het bleef lang stil. Toen kwam die vlammende blik. Haar stem trilde toen ze eindelijk sprak.
‘En ik dan?’
David lachte. ‘Kijk niet zo mopje, dit verandert helemaal niets aan ons. Dat weet je.’
Ze deed een stap naar achteren. ‘Heb je haar verteld over mij? Weet ze dat je met mij bent?’
Hij aarzelde. Hij heeft die ander helemaal niets verteld. Zijn kans om deze vrouw beter te leren kennen zou voorbij zijn voor er überhaupt iets begon.
‘Nog niet, alles op zijn tijd.’
Ze stampvoette. ‘Nooit niet dus!’

Hij haakte zijn wijsvinger door de zilveren ring aan haar halsband en trok haar naar zich toe.
‘Wat jij en ik hebben valt niet uit te leggen en gaat ook niemand iets aan. Je bent van mij. Nu en altijd, wat en wie er verder ook op mijn pad komt.’
Haar lippen weken toen hij zijn mond bezitterig op die van haar duwde, maar haar blik bleef fel. Toen hij haar weer losliet sloeg ze haar armen over elkaar.
‘Dus vanavond is ook van de baan.’
‘Natuurlijk niet. Wat begrijp je niet aan wat ik zeg? Tussen ons verandert niets. Je bent van mij.’
‘Maar jij bent niet van mij.’
David ging met zijn hand door zijn haar. ’Hou op met mokken mopje, dat past niet bij je. Je weet dat ik er niet van hou om mezelf te beperken. Vanavond gaat gewoon door en jij wil dat ook. Wat wij samen hebben … Anderen begrijpen dat niet en dat hoeft ook niet, zolang wij het maar begrijpen.’

Daarmee was het voor hem klaar. Hij ging onder de douche en maakte ruimte in zijn hoofd en lichaam voor de rest van de avond en de nacht. Voor een jarenlange fantasie die werkelijkheid wordt omdat zij ruimte geeft aan zijn verlangens, hoe pervers ze ook zijn. Ze laat het bloed door zijn aderen iedere keer weer kolken.

Toen hij onder de douche uitkwam was ze verdwenen. Haar jas en de kleine koffer ook. Naast de hitte in zijn bloed viel nu ook de irritatie over hem heen. Nu zou hij haar ook nog moeten straffen.

Zijn handen klemmen zo stevig rond het stuur dat zijn knokkels lichter worden. Straf past niet bij deze avond en nacht, maar als het nodig is …

Veel te snel neemt hij de bocht. De auto slipt, hij vloekt en laat het gas vieren. Zijn hart bonkt. Hij tuurt door het stromende water op de voorruit, langs de zwiepende wissers. Ze kan niet ver zijn. Ze is lopend. Elk moment kan hij haar inhalen. Hij laat het gas nog meer vieren. Zijn snelheid neemt af. Verderop ziet hij bewegende lichten. Als hij nadert ziet hij ook een grote trekker, schuin op de weg. Ernaast staat twee mannen met wild zwaaiende armen. De bundels van hun zaklampen zwaaien mee. Hij remt af en komt vlak achter de trekker tot stilstand. Een van de mannen loopt naar zijn auto en David opent zijn raam.

‘Wat is er aan de hand heren, ik heb nogal haast.’

De man praat snel en David ziet de paniek in zijn ogen. ‘Het was niet mijn schuld. Ze lag er al en ze ligt zo stil … Ze reageert niet … Vreselijk! De politie is onderweg.’

Het wordt koud rond zijn hart en hij gooit het portier open. De man schijnt zijn bundel over het struikgewas in de berm. Ze ligt op haar buik, de pruik als een rommelige haarbal op haar hoofd. Eén van haar schoenen hangt aan het bandje rond haar enkel. Haar jurk is omhoog geschoven tot ver boven haar heupen en hij ziet de glinsterende steen tussen haar billen.

David schreeuwt.

Ruth

Ze blijft even staan en kijkt over haar schouder. In haar ene hand heeft ze een paraplu, in haar andere het handvat van een hardcase koffer op wieltjes. Om de haverklap weet de wind onder het polyester van haar regenscherm te kruipen. Het linkerwieltje van de koffer staat scheef waardoor het bij iedere scheur in de weg een andere route wil nemen en dreigt om te vallen.

Ruth veegt een natte pluk haar uit haar gezicht. Voor de zoveelste keer vliegt de wind onder haar paraplu. Het scherm klapt omhoog en met een gelaten zucht laat ze het ding los. Het waait de berm in en blijft klapperend in het prikkeldraad van een hek hangen. Met een boze ruk aan de koffer vervolgt ze haar weg.

Ze vervloekt de wind, de regen en de lichtflitsen. Ze vervloekt haar hakken, de dunne stof van haar jurk, haar sieraden en de dikke make-up die nu in haar ogen prikt. Boven alles vervloekt ze David. Weer kijkt ze over haar schouder. In de verte verschijnen twee lichtbundels. Ze versnelt haar pas, de punt van haar hak blijft steken en ze zwikt een beetje door haar enkel. Nog een vloek, gevolgd door een sarcastisch lachje en een huilbui. Natuurlijk komt hij achter haar aan. Hij zal haar inhalen, het portier openen en haar overhalen weer met hem terug te gaan. Mooie woorden, loze beloften. Ze schudt haar hoofd. Ze gaat niet met hem mee terug.

De auto haalt haar in met een snelheid die haar even doet wankelen, het water spat op tot aan haar knieën. Ze roept de auto na. ‘Klootzak!’
Tranen in haar ogen vertroebelen haar zicht.

Ze ziet zijn gezicht weer voor zich, hoort zijn woorden. Ze verdreven in de één klap de spannende verwachting in haar lichaam.

Hij heeft iemand ontmoet. Iemand die hij beter wil leren kennen.

Natuurlijk wachtte hij tot hij haar geclaimd had. De jurk die ze mee moest nemen aan, de schoenen ook. Haar halsband en als laatste de koude plug langzaam bij haar naar binnen. Zoals altijd maakte het dat ze zich veilig voelde. Wat hij ook van haar zou vragen, wat er die avond ook zou gebeuren. En er zou veel gaan gebeuren. Die avond zou hij haar voor het eerst aan een ander geven en ze zou hem aankijken terwijl die ander bezit van haar nam zoals alleen hij kon. Het was zijn verlangen. Het werd haar verlangen. Ook dat verdween toen ze naar hem luisterde en er in haar borst iets groeide wat hij nog niet eerder heeft veroorzaakt.

Woede.

‘En ik dan?’
Ze haatte de trilling in haar stem. Ze haatte zijn woorden. Alsof het niets betekent. Alsof zij niets betekent. Hij ging onder de douche alsof er niets gezegd was, alsof hij niet in één klap haar hele wereld had omgegooid.

Ze trok haar jas aan, pakte haar koffer en zijn paraplu en deed muisstil de deur achter zich dicht.

Nu loopt ze in de stromende regen, nijdig te hopen dat ze eerder bij het station is dan hij bij haar en dat de trein niet te lang op zich laat wachten. Ondanks haar boosheid weet ze niet of ze hem kan weerstaan.

Een helle flits zet de hele omgeving in het licht. Even ziet ze het hekwerk met het prikkeldraad, de koeien en struiken in de berm, het bleke, naakte lichaam. Haar luide kreet wordt overstemd door de traag rollende donder. Onhandig graait ze in haar jaszak naar haar mobiel. Het ding valt op de grond, ze zakt door haar hurken en raakt dichterbij het stille lichaam. Ze roept om een teken van leven. Er komt niets.

‘Oh mijn god. Oh mijn god!’

Op haar knieën kruipt ze dichterbij, met trillende vingers toetst ze het alarmnummer. Haar andere hand raakt de kuit van het lichaam. Ze laat haar mobiel zakken. Het gevoel is vreemd. Koud en bijna plastic. Ze kruipt nog dichterbij, geeft een duwtje tegen de heup, iets steviger. Het lichaam draait een beetje. Ze ziet het gezicht, de helder blauwe ogen, de perfect gewelfde lippen. Een zenuwachtig lachje ontsnapt aan haar mond, de paniek zakt opgelucht terug in haar borst.

Het is een pop. Een levensechte sekspop met grote borsten en blond haar.

Ruth komt omhoog en staart naar de pop. Het plan dat in haar hoofd rijpt duwt ze weg, maar haar lichaam leidt een eigen leven. Ze stapt verder de struiken in en trekt het zwarte jurkje uit. Ze doet de halsband af en verwijdert de plug uit haar nauwe gaatje. Het kost haar moeite alles bij het kleddernatte, stugge poppenlichaam aan te doen en in te brengen. Ze haalt de pruik van haar hoofd en legt hem op het blonde poppenhaar. Als laatste doet ze de schoenen uit en propt de voeten van het siliconen ding erin. Ze zijn te klein, maar dat geeft niet. Van een afstandje bekijkt ze het resultaat. Het ziet er echt uit. Echt genoeg.

Uit de koffer haalt ze haar gympen. Ze trekt haar jas weer aan. De stof valt net over haar billen. Bij het station zal ze de rest aandoen, nu moet ze weg. David zal achter haar aan komen. Ze weet zeker dat hij dat doet.

Ruth pakt de pop bij de enkels. Ze giechelt als een van de schoenen van een voet glijdt en aan het bandje blijft hangen. Ze trekt de pop dichter naar de weg. Met een beetje geluk ziet David haar liggen en met een beetje geluk denkt hij dat zij het is.

David

Hij knijpt zijn ogen dicht en slaat kermend zijn handen voor zijn gezicht. Dit is een droom. Nee, een nachtmerrie. De mannen praten tegen hem, houden hem tegen als hij zich naast haar in het natte gras wil laten vallen. De sussende woorden lijken van ver te komen. David schudt zijn hoofd. Zijn Ruth. Zijn lieve Ruth.

Hij kijkt op als hij sirenes hoort. Blauwe zwaailichten naderen. Politie en een ambulance. Zijn knieën dreigen het te begeven als hij opzij stapt om de hulpverleners door te laten en hij zoekt steun bij de zijkant van zijn auto. Binnen op de bijrijdersstoel licht het scherm van zijn telefoon op. Zonder erbij na te denken opent hij het portier. De hulpverleners knielen bij het stille lichaam. Hij volgt de bewegingen met angst in zijn hart, reikt naar zijn telefoon. De hulpverleners komen weer omhoog, draaien zich om. David ziet ongeloof op de gezichten, een voorzichtige lach. Hij kijkt naar de mobiel in zijn hand, haar naam op het oplichtende scherm. Hij neemt op. Haar zachte stem verjaagt alle paniek en angst uit zijn lichaam.

‘Hoe voelt dat?’
Hij klemt zijn kaken op elkaar. ‘Denk je dat je grappig bent?’
‘Nee, daar was niets grappigs aan.’
David snauwt. ‘Heb je enig idee wat …’
Ze onderbreekt hem. ‘Als het niet grappig was, wat was het dan?’

Hij haalt diep adem en wrijft langs zijn ogen. Hij dacht dat hij haar kwijt was. Dat ze voorgoed weg was. Het moment was kort, maar lang genoeg om de bodem onder zijn voeten weg te slaan. Dat voelt hij nog steeds.

‘Waar ben je?’
‘Op het station. De treinen rijden niet.’
‘Je hebt je plug uitgedaan.’
Ruth zucht. ‘Klopt.’
‘Je weet dat ik je daarvoor moet straffen.’
‘Daar reken ik op.’
‘Blijf waar je bent, ik kom naar je toe.’

Hij kijkt naar de twee agenten. Ze hebben de pop uit de berm gehaald en houden haar omhoog. Een van de schoenen bungelt aan haar enkel. Er wordt gelachen. De ambulance broeders, de mannen van de trekker. Godzijdank is het maar een pop. Wie doet zoiets?

‘David …’
‘Ja mopje.’
‘Zou je de schoenen weer mee willen nemen. Die krengen hebben me een fortuin gekost.’


1 reactie

  1. Hans

    Heerlijk verhaal met een toch nog verrassend einde -).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Inhoud is beschermd!
%d bloggers liken dit: