Het alledaagse heeft plaats gemaakt voor een eeuwigdurende zondag. Mijn wereld is gekrompen tot de muren van mijn appartement en een dagelijkse wandeling naar de kruidenier waar ik op anderhalve meter netjes op mijn beurt wacht. Op werkdagen start ik mijn computer op en verlies ik mezelf meer dan normaal in het schrijven en lezen van rapporten, virtuele meetings en calls met mijn collega’s. Mijn pauzes breng ik door op de trap bij de ingang van mijn complex in de hoop dat er iemand langs komt om op veilige afstand een praatje mee te maken. Er zijn dagen dat ik niemand zie. Mijn kleine autootje staat al weken stil een heeft inmiddels een lichtgroene waas van alle pollen die in deze tijd door de lucht waaien. Ik douche elke ochtend en elke avond, soms ook in de middag. Het warme water doet een kleine beetje denken aan jouw warme omhelzing.

Het missen heeft een permanente vorm aangenomen. Ik draag het met me mee, als een trouwring of een halsband. Iets wat nog net geen echt stukje van je is, maar waarvan je wel het gevoel hebt dat je zonder niet helemaal kunt bestaan. Ik mis al een tijdje best wel erg.

Het uitzicht vanuit mijn kleine balkon over het boomrijke park erachter is de perfecte plek om melancholisch te mijmeren. Misschien hadden wij nu daar gelegen, op een kleedje, dicht tegen elkaar aan. Een beetje heimelijk, zoveel mogelijk weg van andere ogen. Praten, lachen, zoenen. Jouw hand strelend onder mijn rokje, steeds hoger tot je ontdekt dat mijn gladgeschoren kutje niet wordt bedekt door een slipje. Wijn en andere vlekken op onze kleding, gezicht in de zon. Warm van buiten, van binnen heet.

Ik verlang naar je stem, naar je geur, naar je ogen en je vingers. Je mond, je tong, je huid, je smaak.

Ik mis dat alles zo, dat het voelt alsof het nooit meer op gaat houden.

Begrijp me niet verkeerd. Soms is missen ook fijn. Het is een manier om mijn verlangens dichtbij te houden, maar ik mis het ook om niet te verlangen. Om zo nu en dan een beetje moe te worden of voor lief te nemen. Ik mis het om ze altijd dichtbij te weten, zonder angst of twijfel.

Toch voel ik ook, sommige dingen veranderen nooit. De zon schijnt, het beton is warm onder mijn blote voeten en de geur van lente, die mix van honing en van de geur die mensen krijgen als je van ze houdt, bestaat ook nog steeds. Juist omdat het niet veranderd, wordt het missen en de onzekerheid nog groter en nog dieper.

Voorlopig keert de tijd nog niet terug naar alledaags en losbandig en als dat wel gebeurt dan duurt het vast nog maanden voor we weer gewend zijn aan ons eigen leven, zelfs als dat weer helemaal van ons mag zijn.

Ik sluit mijn computer af en loop naar de douche om het gevoel van werk van me af te spoelen en me voor even weer te wanen in jouw warme omhelzing. Misschien dat ik mijn kutje scheer, misschien ook niet.