Seizoen 5…

soumia-whtWouter weet niet hoe lang hij daar staat, hoe lang Soumia naar hem kijkt. Hij kan de blik in haar ogen niet zien, hij verlangt er naar die blik te zien… zelfs als het een kwade blik is… Alles is op dit moment beter dan hier staan en zich tot in alle vezels bewust zijn van dat wat zijn lichaam is.
‘Je mag een glas wijn voor me inschenken, en ik heb trekt in iets zout… ik hoop dat je dit in huis hebt.’
Zijn adem verlaat opgelucht zijn borst en hij wil naar de keuken lopen.
‘Je mag me bedanken Wouter.’
Hij kijkt verward… bedanken? Waarvoor?
‘Ik wil dat je voor me knielt en me bedankt. Je kijkt me niet aan.’
Wouter knikt, richt zijn blik naar de grond en gaat voor Soumia op zijn knieën zitten.
‘Dank U wel Mevrouw.’
Hij wil weer opstaan.
‘Ik wil dat je kruipt… vanaf nu wil ik dat je altijd kruipt, tenzij ik anders van je vraag.’
‘Maar… uw drankje… ik kan niet…’
‘Je kruipt Wouter, en je bent stil.’
Hij kruipt, naar de keuken, opent de koelkast op zijn knieën, ziet dat de geopende fles wijn nog op het aanrecht staat en opent een tweede. Uit zijn voorraadkast pakt hij een zak met chips.
Ze heeft trekt in iets zout, ze wil dat hij kruipt, dat hij stil is… Wat heeft hij gedaan dat ze vindt dat hem op deze manier kan behandelen… of is dit gewoon haar beeld… het beeld dat ze heeft van hem. Hij haar slaaf, met als enige reden van zijn bestaan haar te behagen, zodat zij een prettig leven kan leiden.
Hij zet het schaaltje chips en het glas wijn voor zich op de grond, schuift ze voor zich uit en kruipt er achter aan. Soumia heeft haar laptop op haar schoot gezet en kijkt hem aan als hij haar het glas aanbiedt.
‘Ik ben bezig Wouter. Kom naast me zitten, op je knieën en houdt mijn wijn vast.’
Hij doet wat ze hem zegt, knielt naast haar, in zijn ene hand het glas, in zijn andere het schaaltje chips.
Soumia leest, typt, neemt zo nu en dan een slokje wijn en duwt het glas weer in zijn hand. De chips raakt ze niet aan.
Weer kruipt de tijd en Wouter verdwijnt. Hij weet dat ze hem niet meer ziet. Niet als de persoon die hij is, de man die hij wil zijn. Hij wordt kleiner, nog minder dan een dier… een gebruiksvoorwerp, een ding. Het tafeltje waar ze haar wijn op zet.
Het is vernederend, en op de één of andere manier is het vreemd prettig om niets meer te hoeven zijn dan dat. Geen vragen, geen verantwoordelijkheden, helemaal niets meer.

Bron afbeelding: Gaisha