Kruidnagel en nootmuskaat

Toen Jonah haar zag, veranderde zijn leven in een tiental ademloze seconden. Hij ving haar ogen, bruin met bijna goudkleurige lichtjes en haar lach, klaterend als een waterval. Haar lange, donkere haar viel in een dikke vlecht tot aan de onderkant van haar rug, net iets boven de ronding van haar billen. In dat moment veranderde alles. Zijn altijd zo gewone dorp, zijn satu kampung, kreeg allure. De kleuren, geluiden en geuren kregen een andere betekenis en met elke stap die hij in haar richting zette groeide hij. Toen hij met een kleine buiging zijn hand naar haar uitstak voor een dans en zij haar kleine, sierlijke hand in die van hem legde, wist hij dat hij alles zou doen om haar tot zijn vrouw te maken.

Dat het is gelukt kan hij nog steeds niet helemaal geloven.

Als het kleine orkest de eerste tonen van de bruidsmuziek laten horen maakt zijn hart een sprong. Weer haalt hij diep adem. Nog heel even en Sara zal zijn vrouw zijn. Hij haar man. Zijn borst zwelt als ze langzaam, op het ritme van de tifa, naar hem toe komt schrijden. Haar roodfluwelen mustisa is bewerkt met kralen en borduursels en in haar handen heeft ze de traditionele waaier en een witte, geborduurde zakdoek. Ze draagt de dikke wrong in haar haren als een kroon versierd met bunga ron, een krans met figuren in de vorm van kruidnagel. Ze ziet er adembenemend uit. Haar arm ligt in die van haar vader. Er ligt een grimmige trek rond zijn mond en met een donkere blik kijkt hij naar de jongeman die hij spoedig zijn schoonzoon zal moeten noemen. Jonah slikt onzeker als hij terugdenkt aan de vele, harde woorden van de man.

‘Die bruidsprijs is een lachertje, jullie zullen echt met een beter aanbod moeten komen.’

‘Over mijn lijk zal ik toestaan dat mijn dochter in jouw familie trouwt.’

‘Denk jij nu echt dat je mijn dochter iets kunt bieden. Zij is luxe en overvloed gewend. Denk jij nu echt dat je haar hetzelfde kan geven?’

Hoe kan het dat deze starre, onverzetbare man plotseling wel akkoord ging met de harta kawin die hem geboden werd?

Jonah houdt zich vast aan Sara’s ogen en de goudkleurige lichtjes die daar dansen. Nog een paar stappen en dan zal haar vader haar moeten overdragen aan zijn zorg en zijn liefde. Het kan hem niet schelen waarom de man toch overstag ging. Het enige dat telt is dat zijn droom eindelijk waarheid wordt.

<->

Sara’s passen zijn vastberaden. Net zo vastberaden als de knellende greep waarmee haar vader haar arm vasthoudt. Het deert haar niet. Haar blik versmelt met die van Jonah en zijn donkere, bijna zwarte ogen lijken haar op te tillen. De grond onder haar voeten is verdwenen. Ze zweeft.

Jonah ziet er knap uit. Nog knapper dan op de dag dat hij haar ten dans vroeg. Zijn haar is korter, maar raakt nog net zijn schouders. Het korte, kleurig bedrukte jasje is hetzelfde als toen, maar zijn baniang putih is nieuw en spierwit. De zwarte pantalon spant strak om zijn bovenbenen. Hij is gespierder geworden de afgelopen maanden. Het resultaat van zijn harde werken. Ze glimlacht. Hij beloofde haar een huis en hij gaf haar een huis. Mooier dan dat van haar vader. Het eerste stenen huis in Jonah’s dorp, een dorp dat spoedig ook van haar zal zijn. Het huis is bijna klaar. Ze zal maar een paar weken bij haar schoonouders hoeven wonen. Niet dat ze dat erg vindt. Ze is van haar schoonouders gaan houden. Veel meer dan van haar eigen ouders.

Ze staat stil voor het smalle podium en kijkt op naar Jonah. Hij steekt zijn hand naar haar uit. Sara voelt kort de weerstand van haar vader, voor hij haar hand in die van zijn schoonzoon legt. De rest is formaliteit. De dominee, de geloften, de ringen. Met dit gebaar heeft haar vader haar voor altijd aan de zorgen van Jonah overgedragen. Ze zijn nu al man en vrouw.

<->

Met gebalde vuisten staat Sara voor haar vader. ‘Waarom niet!’
De klinkende oorvijg die hij haar geeft ziet ze niet aankomen en verbijsterd legt ze haar hand tegen haar wang. Vol ongeloof kijkt ze haar moeder aan, haar blik wordt niet beantwoord. Nooit eerder is ze geslagen door haar vader. Haar broers, die wel, maar Sara. Niet dat hij voor haar niet streng is, maar nooit eerder heeft hij het nodig gevonden haar te slaan.

‘Het gebeurt niet! Basta! Het leven heeft hele andere plannen voor jou.’
Sara schreeuwt. ‘Nee, u heeft hele andere plannen voor mij. Dit is wat ik wil. Het is mijn leven!’

Ze duikt weg voor een tweede oorvijg en zoekt bescherming bij haar moeder. Die staat op en verdwijnt handenwringend naar de keuken. Haar vader pakt haar stevig bij haar bovenarm en trekt haar naar zich toe.

‘Jij dankt jouw leven aan mij en je moeder en ik zal niet toestaan dat de naam Kaipatty zich vermengt met dat van de Makaruku’s. Ik heb mijn hele leven gewerkt om jou en je broers alles te geven wat jullie nodig hebben. Jij zal trouwen in een sterk geslacht, een familie die jou kan geven wat je verdient.’
Sara stoot een honend lachje uit. ‘Een familie die mijn harta kawin kan betalen bedoelt u. Mijn geluk of wat ik nodig heb kan u helemaal niets schelen. Het gaat u alleen maar om de bruidsprijs, maar die kan me gestolen worden. Jonah houdt van mij en …’

De derde oorvijg is raak. Hij komt harder aan dan de eerste en maakt dat ze sterretjes ziet. Sara laat zich zakken op de bank. Haar vader torent boven haar uit.

‘Jij weet helemaal niets van liefde. Je hebt je hoofd op hol laten brengen en ik heb het veel te lang toegestaan. Vergeet die jongen. Ik zal op zoek gaan naar een geschikte familie.’
Sara huilt. ‘Jonah zal het blijven proberen …’
‘Als hij zichzelf en zijn familie voor schut wil blijven zetten, dan moet hij dat vooral doen. Mijn antwoord blijft hetzelfde.’
‘We lopen weg!’
‘Ik zal je vinden en denk maar niet dat het er dan heel erg goed voor die knul uit zal zien.’

Haar vader draait zich om en beent met grote passen in de richting van zijn werkkamer. Bij de deur draait hij zich om. ‘Stop met dat gegrien. Ik wil er niets meer over horen. Ga je moeder helpen in de keuken.’

Met die woorden laat hij haar zitten. Sara legt haar hand tegen haar gloeiende wang, met de ander veegt ze driftig haar tranen weg. Ze piekert er niet over naar de keuken te gaan. Haar moeder heeft haar hulp niet nodig. Die kan heel goed in haar eentje kokki in het rond commanderen. Ze gaat naar Marie. Marie zal haar begrijpen.

Marie is haar baboe, haar kindermeisje. Zo lang Sara zich kan herinneren is Marie er geweest. Ook toen zij en haar broers geen baboe meer nodig hadden. Marie weet wat liefde is. Zij ontmoette Manu en Manu wachtte op haar tot ze vrij was om te trouwen. De ouders van Marie leefden niet meer, broers had ze niet. Ze kon trouwen met wie ze wilde. En sinds de bruiloft wonen ze samen in het houten huisje net buiten het landgoed van haar vader.

Op blote voeten sluipt Sara naar buiten. Het begint al te schemeren en de lucht is zwaar van de geur van orchideeën en kruidnagel. Het zoetkruidige aroma is afkomstig van de kreteksigaretten die haar broers de hele dag door roken. Ze staan te praten aan de rand van het terras. Hun donkere stemmen en gelach vermengen zich met het late geschreeuw van de kaketoes in de hoge gemoetoebomen rond het landgoed. Sara loopt via de andere kant om het huis heen.

De olielamp naast de ingang van Marie’s huisje brandt nog en Sara wil op het kozijn kloppen om haar komst aan te kondigen, maar aarzelt als ze de geluiden achter het deurgordijn hoort. Nieuwsgierig schuift ze het gordijn opzij. In het midden van de ruimte flakkert een zwak vuur. Het werpt grillige schaduwen langs de muren en over de twee mensen op de vloer. Marie en Manu liggen in elkaar verstrengelt en gaan compleet in elkaar op. Handen, armen, benen, huid en lippen. Onbewust houdt Sara haar adem in.

Ooit ging ze midden in de nacht op zoek naar het geluid dat uit de kamer van haar ouders kwam. Misschien was ze acht, of negen. Wat ze zag verwarde haar.

Haar ouders leven een beetje langs elkaar heen. Haar vader sluit zich op in zijn werkkamer of is een aantal dagen van huis. Haar moeder zit in de schommelstoel op de veranda. Toen vaak met broertje nummer zoveel aan haar borst. Nu deelt ze bevelen uit aan het personeel en heel soms werkt ze in de tuin. Ze zijn samen bij het avondmaal, te midden van de kinderen, ieder aan het andere hoofd van de tafel. Uitingen van genegenheid gaan niet verder dan een glimlach. Toen niet en nog steeds niet.

Als achtjarige vond Sara het moeilijk haar ouders te herkennen in de bewegende berg van onbedekte huid en vreemde, haast dierlijke geluiden. Op dat moment had ze geen idee wat het betekende en ze wist niet of ze hard moest wegrennen of haar vader van haar moeder af moest trekken. Ze deed geen van beide en begon te huilen. Haar vader stuurde haar met een grauw naar haar kamer, maar voor ze zich om kon draaien verscheen er een zachte hand op haar schouder.

‘Kom kleine nona, de nacht is geen mooie plek voor kinderen, teveel schaduw.’

Ze liet zich door Marie terug naar haar bed dragen en vroeg, tussen haar tranen door, waarom haar ouders aan het vechten waren. Marie streelde haar haren en schudde haar hoofd.

‘Niet vechten. Dat is liefde. Het is wat mensen doen als ze met elkaar getrouwd zijn. Zo ontstaan onze kinderen. Het is mooi.’

Sara vond het niet mooi. Ze vond het eng en naar. Toch ging ze vele malen terug naar de kamer van haar ouders als ze het geluid weer hoorde, ook toen ze ouder werd. Ze kon zich niet voorstellen dat zij datzelfde ook ooit zou doen. En toen ze Jonah ontmoette en allerlei nieuwe sensaties in haar lichaam ontdekte, kon ze zich niet voorstellen dat het tussen hen ooit ook zo naar, eng en bijna boos zou zijn.

Wat ze nu ziet is niet naar, of eng en al helemaal niet boos. Wat zich voor haar ogen op de grond afspeelt is precies wat Marie ooit zei. Het is mooi. Het is liefde. Het is hoe ze wil dat het tussen haar en Jonah zal zijn.

Heel even vergeet ze haar gloeiende wangen. Ze vergeet zelfs dat ze stilletjes meer wil zien en slaakt een diepe zucht. Marie reageert met een geschokte kreet en krabbelt overeind terwijl ze een dunne, gebatikte doek om zich heen slaat.

‘Nona! Sara … kindje. Wat doe je hier? Wat is er aan de hand?’

Sara kijkt steels naar het naakte lichaam van Manu en zijn geslacht dat in een bedje van donker, kroezend haar fier omhoog steekt. Compleet anders dan ze zich herinnert van de kleine piemeltjes van haar broers. Het bloed schiet naar haar wangen.

‘Het spijt me. Ik had niet binnen mogen komen. Er is niets.’

Ze laat het gordijn vallen en wil weglopen. Marie komt achter haar aan, pakt haar hand en trekt haar weer mee naar binnen.

‘Kom meisje, zit. Vertel me wat er is.’

Sara laat zich in de kussens op het smalle, bamboe bankje vallen. Marie gaat naast haar zitten en kijkt haar vragend aan. Manu staat in een hoek van de ruimte en bedekt zijn naakte lichaam gehaast met kleding die hij her en der van de grond opraapt. Sara durft beiden niet aan te kijken en schudt haar hoofd.

‘Niets, het is niet belangrijk. Ik …’

De aanvaring met haar vader is compleet naar de achtergrond verdwenen. Het beeld van Marie en Manu op de grond bij het flakkerend licht van het kamervuur blijft door haar hoofd dansen net als een vreemd, maar fijn gevoel in haar lichaam. Ze fluistert. ‘Dat wil ik ook.’

Marie buigt zich een beetje naar haar toe en pakt haar hand. ‘Wat wil je ook meisje?’
‘Wat ik zag, net, bij jullie. Dat wil ik voor mij en Jonah! Dat was mooi en echt. Dat was liefde.’
Marie knikt. ‘En dat zul je ook krijgen.’
Sara schudt haar hoofd. ‘Bapa vindt Jonah te min. Hij zal nooit toestemmen met de harta kawin en misschien is dat maar goed ook. Ik heb het voorbeeld van mijn ouders. Tussen mij en Jonah zal het net zo zijn.’
‘Natuurlijk niet. Je kiest zelf wat je meeneemt van je ouderlijk huis. Tussen jou en jouw man zal het zijn zoals jullie willen. Je leert elkaar kennen en je zal aanvoelen wat hij nodig heeft, wat hij fijn vindt. Hij ook. Dat heeft tijd nodig, maar met geduld zullen jullie het leren.’
‘Ik heb geen geduld. Ik wil het nu weten.’ Sara strijkt met haar vingers langs haar voorhoofd. De geuren in het houten huisje zijn zwaar prikkelend en een beetje scherp. Ze herkent kruidnagel en nootmuskaat, maar er dwarrelt ook nog iets anders. Iets van lang geleden.

‘Wat ruik ik?’

Marie lacht een beetje ongemakkelijk. ‘Dat is de sageroe. Wijn uit de kelder van je vader en specerijen uit de keuken. We hebben het niet gestolen. Er liggen munten in de keukenla, toch Manu? Vertel alsjeblieft niets aan je vader, nona.’

Sara schudt haar hoofd en doet haar ogen dicht. De geuren maken haar lichaam warm en rozig. Natuurlijk vertelt ze niets aan haar vader. Hij zou baboe zonder pardon wegsturen en dat mag niet. Sara heeft haar nodig, juist nu.

Herinneringen deinen langs haar heen. Vrouwen in de keuken. Haar moeder, kokki, de jonge dienstbode en Marie. Luid gegiechel en rode wangen. Kleine glaasjes met wit ondoorzichtig vocht. Sara was dertien en maakte zich zo klein mogelijk op haar verborgen plekje in de hoek achter de keukenkast. Als ze haar zouden zien dan werd ze naar bed gestuurd en ze wilde blijven. Luisteren naar het vrolijke gekwebbel en de bijzondere verhalen.

Kokki hief haar glas. ‘Men neme een glaasje sageroe en mengt dat met een theelepel gemalen nootmuskaat en een drupje kruidnagelolie. Op jouw bruidsnacht geef je dit aan jouw bruidegom …’
Het gegiechel zwol aan en Sara spitste haar oren.
‘… de kruidnagel maakt hem ontvankelijk en geduldig, de nootmuskaat verhoogt zijn geslachtsdrift en geeft dagen een euforisch gevoel. Al zijn aandacht zal voor jou zijn, alleen maar voor jou en als jij het ook drinkt ohlala … Kokosolie alleen zal niet genoeg zijn om de schrale plekken te verzachten.’

Het gegiechel ebt weg. Gedachten, woorden en beelden vallen over elkaar heen. Alles. Jonah en haar verlangen zijn vrouw te zijn. De liefde tussen Marie en Manu. Haar vader en zijn angst voor schande en ongeluk op de familienaam.

Sara’s ogen schieten open. Ze weet wat ze moet doen.

‘Ik wil ook een glas. En jullie gaan mij helpen. Jullie kunnen mij helpen. Het is de enige manier.’

Ze trekt Marie met zich mee van de bank en langs het gordijn naar buiten. Manu blijft alleen achter. Hij duwt zijn handen stevig in zijn kruis. De woorden van Sara zijn grotendeels langs hem heen gegaan. Haar plotselinge verschijning had een koude douche moeten zijn, maar het verlangen naar het warme lichaam van Marie is zwaar bonzend in zijn bloed blijven liggen. Hij probeert zich te concentreren op het fluisteren van de twee vrouwen buiten, maar vangt enkel de intonatie. Sara vastberaden en overredend. Marie geschokt, afwijzend en uiteindelijk berustend. Zij komt als eerste weer binnen.

‘Geef ons nog maar wat te drinken Manu. Sara heeft het nodig en geloof me, jij en ik ook.’

Ze haalt zakjes met specerijen uit een laatje en schept met een zilveren theelepel gemalen nootmuskaat in drie glaasjes. Manu komt naast haar staan en schenkt het witte vocht over het poeder. Er rijzen vragen in zijn hoofd, maar ze zijn te ver weg om uit te spreken. Met zijn vrije hand streelt hij de schouders van zijn vrouw.
‘Wanneer gaat ze weg?’
Marie glimlacht. ’Nog niet, maar snel.’ Zonder dat hij het ziet giet ze een flinke scheut kruidnagelolie in zijn glas. Met de andere twee glaasjes loopt ze naar Sara, die weer op het bankje is gaan zitten.

‘Weet je het zeker, nona? Nu kun je nog terug, dat zal straks onmogelijk lijken.’
Sara pakt het glaasje van haar aan en knikt. Ze wil niet terug. Dit is de allereerste stap in haar verdere leven. Vanaf nu gaat ze alleen nog maar vooruit.

Ze heft haar glas en zet het zonder aarzeling aan haar lippen. Het vocht smaakt een beetje zuur, maar is vooral pittig. De alcohol verspreidt zich snel en warm door haar lichaam, net als de gemalen nootmuskaat. Haar bloed gonst en ze raakt overspoeld door een heerlijk gevoel van gelukzaligheid.

Marie rakelt het vuur op en de vlammen schieten flakkerend omhoog. Ze draait zich om naar Manu, laat de dunne doek van haar schouders glijden en legt haar handen op zijn borst. Ze gaat op haar tenen staan en zoent zijn hals, zijn kaak en dan zijn lippen. Zacht fluisterend streelt ze zijn huid.

‘Mijn lief, mijn allerliefste lief. Laten we Sara leren wat liefde is.’

Sara drinkt en glimlacht. Ze trekt haar benen onder zich. Haar vingers glijden dromerig over haar huid terwijl ze het intieme tafereel bij het vuur aanschouwt. Langzaam, bijna als in een dans, ontkleedt Marie haar man. Hij lijkt de aanwezigheid van Sara vergeten en beantwoordt gretig de liefkozingen van zijn vrouw. De twee mensen lijken in elkaar te versmelten, precies zoals Sara eerder zag. Zachte zuchten, kreunen en gebrom. Warm, heet en onblusbaar. Ze vangt de ogen van Marie, zet haar glas op de grond en knoopt haar sarong los. Langzaam zakt ze op de grond en op handen en knieën kruipt ze naar het tweetal. Ze vindt Marie’s lippen, zoekt de handen van Manu en geeft zich over aan een lange, euforische nacht vol lessen in de liefde.

<->

Manu opent met moeite zijn ogen. Marie staat naast het bed en trekt gehaast haar sarong aan. Van buiten klinken harde stemmen. Het duurt even voor hij die van zijn landheer herkent. Het duurt nog langer voor de woorden zijn hoofd bereiken. Hij krabbelt overeind en kijkt verdwaasd om zich heen.

‘Ze zoeken Sara? Die was toch hier vannacht?’
Verwonderd kijkt Marie hem aan. ‘Sara? Wanneer heb je die gezien?’
Manu weet het bijna zeker. De jonge vrouw was hier. Hij kan de goudkleurige lichtjes in haar omfloerste ogen voor zich zien. Haar glanzende huid, haar tepels dik en donker als overrijpe vruchten. Beschaamd duwt hij de beelden weg en hij schudt zijn hoofd.
Nog voor hij zich fatsoenlijke aan kan kleden verschijnt zijn landheer in de deuropening. In zijn ogen ligt een mengeling van angst en woede.
‘Sara! Ze is verdwenen. Vind haar!’
Marie probeert hem te kalmeren en oppert dat ze misschien naar Jonah is. Met een snauw onderbreekt de man haar rustige woorden. ‘Ik heb al iemand gestuurd, daar is ze niet.’
Manu gaat mee met de zoons van zijn landheer, Marie ruimt het huisje op. Ze kookt water en giet dat in een grote tobbe. Zacht neuriënd haalt ze de lakens en doeken van het bed. De helderrode bloedvlekken op het onderlaken boent ze net zo lang met een stuk zeep tot ze zijn verdwenen. Achter het huis legt ze de lakens in de zon. Wanneer de mannen vroeg in de avond Sara eindelijk hebben gevonden, liggen de doeken alweer droog op het bed.

Sara is naakt en haar lichaam besmeurd. Jammerend roept ze om haar baboe. Haar vader brengt haar naar het huisje van Marie. Alle woede uit zijn ogen is verdwenen, de angst is gebleven. Marie stuurt hem en de andere mannen naar buiten en vult voor de tweede keer die dag de tobbe. Ze geeft de jonge vrouw een kop hete kruidenthee. Sara trekt haar neus op voor de geur, maar drinkt het diepbittere drankje op tot aan de laatste slok. Marie kijkt haar aan en pakt haar handen.

‘Ik doe alles voor je mijn lieve nona, maar dit mag je nooit meer van me vragen.’

Sara schudt haar hoofd. ‘Nooit meer baboe. Ik sta voor eeuwig bij je in het krijt.’

Ze laat zich in het warme water zakken, terwijl Marie naar buiten gaat om het verhaal dat ze samen hebben verzonnen aan haar vader te vertellen. Een vreemde. Sara heeft zijn gezicht niet gezien. Hij sloeg haar neer en nam haar mee, tot diep in het woud, waar hij haar onteerde. Sara heeft geschreeuwd en gegild, er kwam niemand. Uiteindelijk viel ze flauw. Toen ze wakker werd was hij verdwenen. Sara was bang, ze had pijn, ze dacht dat ze dood zou gaan.

Haar vaders kreet van woede en teleurstelling galmt over het stille landgoed.

De volgende dag ontvangt hij Jonah en accepteert hij de geboden bruidsprijs. Er valt geen onvertogen woord. Niemand spreekt over wat er is gebeurd. De mogelijke bastaard in de buik van zijn enige dochter wordt doodgezwegen.

<->

Sara stapt op het podium en pakt ook de andere hand van Jonah. Er zal geen bastaard zijn. Met een beetje geluk doet de bittere kruidenthee van Marie zijn werk en zal Manu’s zaad geen wortel schieten en anders zal het kind van Jonah zijn. Hij houdt van haar, hij zal ook van het kind houden.

Heel even glijden haar ogen langs de gasten. Ze vindt die van Marie en knikt dankbaar. Jonah knijpt in haar hand, ze knijpt terug en kijkt hem vol verlangen aan. Onder haar mustisa weet ze het kleine zakje met de gemalen nootmuskaat en het flesje kruidnagelolie.

Vannacht zal ze hem wegwijs maken in de liefde.


2 reacties

  1. Alicia

    Wat een mooi verhaal!
    Prachtig geschreven X

  2. Marc van Lier

    Geweldig spannend en goed bedacht!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2020 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: