Recht-toe-recht-aan

Normaal pak ik de bus na een lange werkdag, maar het is een mooie dag vandaag. Ik zit al sinds vanochtend binnen en vanachter mijn bureau heb ik de zon zien stijgen en weer zien zakken. Een flinke wandeling in de late zomermiddag zal me goed doen.
Natuurlijk vergeet ik prompt dat ik mijn hoge pumps aanheb.

De wandeling is prettig, voor ongeveer een kwartier. Dan beginnen mijn voeten vervelend te branden. Ik moet nog zeker een half uur voor ik thuis ben. Misschien is een korte wandeling voldoende. Bij de eerstvolgende halte pak ik de bus.
Ik verhoog mijn tempo. Hoe eerder ik bij de halte ben, hoe sneller ik mijn voeten kan laten rusten. Op een drafje loop ik langs de wijk die al maanden verborgen ligt achter het aluminium hekwerk van de gemeente. Het is een oude wijk en het kost te veel tijd en geld om alles volgens de huidige standaarden en veiligheidseisen in ere te herstellen. Platgooien en nieuwe huizen bouwen. Appartementen. Ruime appartementen voor jonge mensen. Ik weet het. Ik schreef zelf het bouwrapport.

Het ligt te wachten op verdere uitwerking. Volgende week stuur ik het naar de gemeente.

Rond de oude wijk is het stil. Misschien verbeeld ik het me, maar het lijkt of er minder vogels zijn en of de lucht hier anders is dan in de rest van de stad. Andere geuren en en andere kleuren. Niet vervelend of naar, maar anders. Het geklak van mijn hakken draagt ver en komt via een echo uit de verlaten wijk weer naar me terug, samen met andere geluiden. Ik blijf staan. Gesnuif, zacht gehijg en geritsel.
Ik loop naar de metalen hekken en kijk door de mazen van het rasterwerk. Een lage schaduw komt met enthousiaste snelheid mijn kant op en klimt over een berg puinafval. Ik kijk in de goudkleurige ogen van een prachtige hond, zo mooi dat ik ter plekke besluit dat het alleen maar een teefje kan zijn. Haar vacht is licht, lang en glanzend en haar tong hangt een beetje uit haar bek. Ik lach, vraag of ze verdwaald is en krijg een heldere blaf als antwoord. Een snelle blik op mijn horloge vertelt me dat de bus elk moment voorbij kan komen.

Ik vervolg mijn wandeling. Het geluid van mijn hakken galmt met me mee, net als het zachte getik van de nagels van de hond. Wanneer ik de bus zie, steek ik mijn hand op. Nog even en dan kan ik mijn brandende voeten hun vrijheid geven.
Ik groet de chauffeur en wil doorlopen, hij houdt me tegen. ‘Die hond moet aangelijnd.’
Op de treden achter me staat de hond. Ze kwispelt en ik kan zweren dat ze me met een vragende, haast smekende blik aankijkt. Zo’n blik die dwars door je ziel snijdt. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen haar achter te laten.
‘Ik heb geen lijn …’
‘Is hij rustig?’
Ik heb geen idee, maar antwoord bevestigend. ‘Een rustigere hond heeft u nog niet eerder gezien.’
De hond mag mee en ze stelt me niet teleur. Ik ga achter de chauffeur zitten en met een tevreden zucht neemt ze plaats aan mijn voeten. De warmte van haar hondenlijf dringt door het leer van mijn schoenen. Ik vind het een prettig gevoel.

Ze volgt me tot aan mijn huis, alsof ze nooit anders heeft gedaan, maar weigert binnen te komen. Ik snel naar de winkel voor een zak brokken en een voerbak. In de tuin vul ik een grote teil met vers water. Ze stort zich eerst op het water, daarna op de brokken. Eenmaal voldaan zoekt ze ze een plekje onder het afdak tussen mijn containers en valt in een diepe slaap. Ik besluit dat het beest een naam nodig heeft en noem haar Matisse, naar een van mijn favoriete kunstschilders.

< – >

Matisse is er al bijna een week en ze weigert nog steeds binnen te komen. Iedere ochtend geef ik haar brokken en ververs ik het water. Ze begroet me enthousiast, eet en verdwijnt. Aan het einde van de straat kijkt ze altijd om, haast alsof ze me wenkt. Ik kan niet met haar mee. Ik moet naar mijn werk.
Wanneer ik thuiskom zit ze kwispelend op me te wachten en krijg ik dezelfde enthousiaste begroeting. Ik heb geen idee waar ze elke dag naar toegaat, maar ik merk dat ik het prettig vind dat ze er is en raak aan haar gehecht.

Op zondagochtend besluit ik met haar mee te gaan. Ik trek mijn wandelschoenen aan en volg haar. Soms moet ik rennen om haar bij te houden. Ze aarzelt niet, maar gaat doelgericht op haar bestemming af. Tot mijn verbazing is het de plek waar ik haar voor het eerst zag.
De braakliggende wijk, wachtend op mijn oordeel. Maandag stuur ik het rapport.

Matisse wurmt zich onder de hekken door en verdwijnt achter het puin en tussen de huizen. Ik vind een smalle opening, mijn shirt blijft haken als ik me erdoorheen pers. Ter hoogte van mijn borsten verschijnt een scherpe winkelhaak. Ik mompel zacht. ‘Je wordt bedankt Matisse.’

Ik loop door de ten dode opgeschreven wijk. De huizen zijn klein en hebben dichtgetimmerde ramen en deuren, ze staan dicht tegen elkaar. Per vijf huizen is er een hofje, vijf voordeuren kijken daarop uit. Ik zie spelende kinderen en wapperende kledingstukken. Keuvelende buurvrouwen, gezamenlijke voetbalwedstrijden. De tv kan gewoon naar buiten en we eten bitterballen uit de frituur van nummer drie.
Ik werd hier groot. Onder de rokken van mijn moeder en achter de brede schouders van mijn vader groeide ik op. Ik werd verliefd op die knul van nummer zeven, die was zo lekker recht-toe-recht-aan.
‘Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.’
Dezelfde attitude als die van mijn ouders, maar dan anders. Natuurlijk totaal anders. We hadden zoveel haast om ons leven als volwassenen zonder volwassenen te beginnen dat we niet wisten hoe snel we naar een onpersoonlijke flat moesten verhuizen. Dat was nieuw en leuk voor een tijdje, daarna was het alleen maar recht-toe-recht-aan. Ik ging bij hem weg omdat ik erachter kwam dat juist wel gek wilde doen, het liefst in slingerende bochtjes.

Ik ging op zoek naar de passie in mijn leven, mijn ouders gingen dood en mijn rapport ligt te wachten om opgestuurd te worden naar de gemeente. Als ik het indien dan beginnen ze volgende week met de sloop en staan hier over een paar jaar nieuwe appartementen. Ruim en licht, voor jonge mensen die ook niet kunnen wachten met volwassen worden en liever gewoon dan gek doen. Recht-toe-recht-aan.

Mijn passie heb ik nog niet gevonden.

In de verte blaft Matisse. Het is een opgewonden blaf en ik ga ervan uit dat ze me roept dus ik volg het geluid. Het brengt me verder de wijk in, naar het kleine plein waar alle huizen omheen staan. Naar de oude fontein. Hier kreeg ik mijn eerste zoen van die knul op nummer zeven. Ik weet nu dat hij niet kon zoenen, toen wist ik niets.

Matisse staat in het verwilderde groen. Ze kwispelt enthousiast en blaft hoog alsof ze me wil vertellen dat ze blij is me te zien, maar ze ziet me niet. Haar goudkleurige ogen zijn gericht op de huizen aan de andere kant en ik klim over een laag hek zodat ik kan zien wat haar aandacht vangt. Tegen de muur van een van de huizen staat een vrouw. Ze heeft een lange, zandkleurige trenchcoat aan en draagt zwarte, torenhoge hakken. Haar slanke benen zijn gehuld in doorzichtig nylon en op haar neus staat een zonnebril. Aan haar voeten staat een koffer. Ze reageert niet op het enthousiaste geblaf van Matisse en kijkt naar de grond. Op het moment dat ik mijn aanwezigheid kenbaar wil maken, verschijnt aan het einde van de straat een man en Matisse stuift ervandoor, regelrecht in zijn armen.
De man gaat door zijn hurken en laat zijn handen liefkozend door haar lange, dichte vacht glijden. Ik wil roepen dat ze van mij is, maar ze is niet van mij. Ze kwam alleen maar met me mee.
Matisse volgt de man en ze lopen in een rechte lijn naar de vrouw bij de muur. Ze kijkt nog steeds naar de grond. Matisse gaat naast haar zitten.

Ik kan niet horen of de man iets zegt, maar plotseling komt de vrouw in beweging. Ze knikt en zakt door haar knieën om de koffer te openen. Er zit niets in.
Langzaam trekt ze de trenchcoat uit. Eronder is ze nagenoeg naakt. Ze draagt een korset dat haar borsten en onderlichaam vrij houdt. Zes dunne bandjes houden haar kousen op hun plek. Ze vouwt de lange jas op, legt hem in de koffer en haakt de bandjes van haar kousen. Een voor een rolt ze de kousen van haar benen. Ze stapt uit haar schoenen en trekt het dunne nylon van haar voeten. Met haar handen op haar rug maakt ze het korset los. Ze stopt alle kledingstukken in de koffer. De schoenen en haar zonnebril bovenop. Kaarsrecht gaat ze weer tegen de muur staan. De man doet een stap naar voren en bevestigt een leren band om haar hals. Hij doet hetzelfde bij Matisse.

Hoog in mijn borst roert zich een warm gevoel en dat is allesbehalve recht-toe-recht-aan. Het kronkelt, met gekke opgewonden sprongetjes en daalt langzaam af naar beneden, naar mijn buik en nog verder.

De vrouw knielt naast Matisse. Ze kijkt op naar de man en hij legt zijn hand op haar hoofd. Zijn andere hand legt hij boven de goudkleurige ogen van Matisse. De kleuren om me heen veranderen mee met het gevoel in mijn lichaam en ik merk dat ik vergeet te ademen. Wat zich voor mijn ogen afspeelt is zo intiem dat het onmogelijk voor mijn ogen bedoeld kan zijn, maar ik blijf ademloos staren. Ik ben geboeid zonder dat ik vastzit.

De man haalt iets uit zijn zak, het glinstert in het zonlicht en ik zie dat het een lange zilverkleurige hondenlijn met drie uiteinden is. Hij haakt een einde aan de halsband van Matisse en een einde aan de band van de vrouw. Het derde einde neemt hij in zijn hand en hij draait zich om. Ik doe een stap naar achteren. Ik wil onder geen beding dit bijzondere moment verstoren.

Met langzame stappen begint de man te lopen. De lijn komt van de grond en trekt aan de halsbanden. Matisse wacht tot de vrouw in beweging komt. Haar linkerknie na haar rechterhand, haar rechterknie na haar linkerhand. Met schommelende borsten en wiegende heupen kruipt ze achter de man aan. Haar blote knieën wandelen over de harde straatstenen met zand en scherp stukjes puin. Ze geeft geen kik en houdt rustig vast aan haar bewegingen. Ik kijk naar haar deinende billen en ziet iets glinsteren op de plek waar haar benen samenkomen. Op hetzelfde moment voel ik dat ik nat ben.

Met mijn ogen volg ik het bijzonder trio. Een man, zijn hond en … zijn vrouw? Ja zijn vrouw. Niet doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, ook niet recht-toe-recht-aan. Het is bijzonder, adembenemend en intiem. Ik kan ze volgen tot aan het einde van de straat, waar ze de hoek om slaan naar de hekken aan de andere kant van de wijk.

Ik wacht tot ze terugkomen. Tien minuten, een half uur … bijna een uur. De koffer staat vergeten aan de andere kant van het plein en ik zie niets. Geen enkele beweging die erop wijst dat ze terugkomen. Ik hoor geen enkel geluid ook. Alleen het bonzen van mijn hart.

Behoedzaam steek ik het plein over en ik hurk naast het leren valies. De glimmende sluiting gaat met een klik open en ik bekijk de inhoud. De zonnebril en de schoenen, het geborduurde korset en de flinterdunne kousen. De trenchcoat is van goede kwaliteit, maar valt een beetje uit de toon bij de rest van de kleding. Ik zucht en laat mijn handen over het borduursel van het korset glijden.

Weer wacht ik. Er komt niemand. Geen hond, geen man. Ook geen vrouw. Ze zijn de koffer vergeten, maar hebben de hond weer terug. Geen slechte ruil. Ik zag meteen dat Matisse een bijzondere hond is, maar Matisse is weg en ik heb de koffer met de bijzondere inhoud.
Een geweldige inhoud.

Maandag stuur ik mijn rapport naar de gemeente. Ze moeten het plein in ere herstellen, de fontein ook. Ik vind mijn eigen Matisse en mijn eigen man met hondenlijn. Ik zal de trenchcoat dragen en de torenhoge hakken.

Ik heb mijn passie gevonden. Niet recht-toe-recht-aan, maar met duizelingwekkende bochten en scherpe hoeken.


Ik schreef dit verhaal voor de Thewa-uitdaging juni van Ewa-Nederland. Het thema van deze uitdaging is: De koffer – schrijf een verhaal over de sexy (of niet) inhoud van je reiskoffer. Ewa is inmiddels overgenomen door Eroscripta.

 

5 reacties

  1. Dit verhaal heeft een verrassend verloop, net alsof je twee keer een hoekje omgaat. Ik verwachtte dat de man uiteindelijk de vertelster zou aanlijnen en met haar zou wegwandelen, maar nee… Goed gedaan!

  2. Ron Broerse

    1 juli 2017 at 17:38

    Het is zeker een pracht verhaal Mijn jonge heer reageerde goed en Dat Heb ik een tijdje niet beaambt.
    Geweldig

  3. Ingetogen, sober, een beetje mysterie en nostalgie. Erg goed!

  4. Wat een prachtig verhaal! Je hebt me nieuwsgierig gemaakt, ik zou wel meer willen weten over deze personages…

    Antoinette

  5. Adembenemend mooi Sandra!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2019 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: