Tag: bijeenkomst (pagina 1 van 3)

Wellustig

Het papier maakt een droog, wat knisperend geluid als ze de bladzijde omslaat. Met de top van haar wijsvinger gaat ze langs de rand van de pagina. Het snijdt in haar huid en langzaam verschijnt er een druppel helderrood bloed uit het dunne sneetje. Karina kijkt er naar, stop haar vinger in haar mond en leest verder.

Mijn moeder heeft mij nooit gewild. Ze heeft mijn vijf broers en zussen ook nooit gewild. Wij waren de prijs die ze moest betalen voor haar verlangen naar liefde. Of nee, niet haar verlangen naar liefde. Haar verlangen naar mannen. Mijn moeder was gek op mannen. En de mannen waren gek op haar. Ze adoreerden haar. Mijn moeder genoot van die adoratie. Tot ze er genoeg van had. Soms ging dat geleidelijk, veel vaker van de één op de andere dag. Dan vergat ze haar lippen te stiften en verruilde ze haar wulpse jurkjes voor een gebloemd exemplaar dat niets van haar weelderige rondingen verried. Ik heb menig volwassen man in een huilend hoopje ellende zien veranderen omdat mijn moeder plotseling genoeg van hem had. Net als mijn broers en zussen ben ik het product van zo’n huilend hoopje ellende.

Ik ben blij dat ik op mijn moeder lijk …

Karina grinnikt en kijkt op de klok. Kwart voor negen. Geschrokken legt ze het boekje aan de kant. Over een uur gaat de bibliotheek open en Alfredo heeft nog geen espresso gehad.

Ze werpt een blik in de spiegel, woelt met haar handen door haar haren en rent naar buiten. Langs de buitentrap naar beneden, over het erf met de witte, scherpe steentjes, naar de overkant van de straat. Voor de hoge deur van de bibliotheek blijft ze staan. Ze legt haar handen tegen het door de zon verwarmde houtsnijwerk en duwt de deur open. Het hout kraakt en de brede planken op de vloer maken eenzelfde geluid onder haar gewicht. De roodbruine verflaag is op sommige plekken afgesleten tot de lichte, originele kleur. De ruimte is schemerig, maar door de kieren van de luiken vallen banen zonlicht waarin goudkleurige stofdeeltjes dansen. Karina haalt diep adem. In door haar neus, uit door haar mond. De geuren om haar heen zijn een beetje stoffig, maar vooral oud. Oud hout. Oude meubels. Dikke tapijten en gordijnen. Leer en knisperend papier. Oude boeken. Oude mensen.

‘Alfredo.’

Karina roept en opent de luiken. Het metaal van de scharnieren knarst en achter uit de bibliotheek komt een stem.
‘Niet teveel licht Karina! Denk om de boeken.’
Ze draait zich om. Een houten trolley komt uit de schemering tevoorschijn. Pas dan ziet ze Alfredo. Hij komt dichterbij en stapt in het zonlicht. Door zijn dunne, grijzende haar kan ze zijn hoofdhuid zien. Hij schudt zijn hoofd.
‘Niet zo wijd open. Wanneer onthoud je het nu een keer. Goedemorgen meisje.’
Karina geeft de zon wat minder speelruimte. Elke ochtend dezelfde begroeting. Niemand noemde haar ooit meisje. Ook niet toen ze nog een meisje was.

‘Buongiorno Alfredo. Waar kan ik u vandaag mee helpen?’

Over de rand van zijn montuur kijkt hij haar aan.
‘Eerst koffie meisje en maak hem lekker sterk. Ik ben maar een halve man zonder mijn stevige ochtendespresso.’

Ze gaat glimlachend aan het werk. Een klein kopje sterke espresso voor Alfredo. Voor zichzelf een grote mok, aangelengd met hete, opgeklopte melk. De oude man plaagt haar.
‘Zo zul je nooit een echte Italiaanse worden, meisje.’
‘Maar toch zeker wel een halve, Alfredo.’

Ook dit gaat elke ochtend hetzelfde. Dezelfde woorden en kleine plagerijen. Samen drinken ze koffie. Alfredo zit in een van de versleten fauteuils bij de zwartgeblakerde open haard. Karina leunt over de balie. Haar handen gevouwen rond de grote mok. Hij overhoort haar en leert haar nieuwe woorden, zinnen en uitdrukkingen. Een uur. Nooit langer. Daarna opent hij de deuren van de bibliotheek voor het publiek. Met wapperende handen jaagt hij Karina weg vanachter de balie en neemt plaats op de leren bureaustoel. Als een koning op zijn troon begroet hij de bezoekers. Mensen uit het dorp en de stad brengen boeken terug. Ze noemen hun naam en Alfredo zet met zijn sierlijke handschrift de datum van vandaag op de gelige, kartonnen kaarten uit de kaartenbakken. Hij neemt de tijd, maakt een praatje en adviseert een nieuwe titel of auteur. Tijdens het wachten snuffelen mensen geduldig door de collectie van de bibliotheek. Karina bergt de teruggebrachte titels op in de hoge kasten langs de muren. Soms komen er toeristen. Dan verlaat hij zijn troon en laat hij de bezoekers en hun boeken aan Karina over. Haar kleine, vrouwelijke handschrift komt onder dat van hem op de kaarten te staan en Alfredo geeft een rondleiding en vertelt enthousiast over de bibliotheek. Zijn bibliotheek.

Klokslag drie uur sluit hij de deur en gaat hij in een van de fauteuils bij de open haard zitten. Karina haalt een doek over de balie en de leestafels, stofzuigt de dikke tapijten en sluit de luiken. Dit is haar favoriete moment van de dag. Nog één keer maakt ze een kopje sterke espresso voor hem en terwijl hij genietend van het donkere vocht nipt, pakt ze een willekeurig boek en leest ze een stukje voor. Wanneer ze een woord fout uitspreekt corrigeert hij haar vermanend, ‘nee, nee, nee, meisje. Opnieuw!’
Ze vangt zijn blik. Een scheut van warmte rilt door haar lichaam omhoog, tot aan de achterkant van haar hoofd.

Exact om half vijf staat hij op, wacht tot Karina hem naar buiten volgt en draait de deur in het slot. Naast elkaar steken ze de straat en het kleine erf over. Bij de stenen buitentrap wil Karina hem een fijne avond wensen en naar boven gaan. Alfredo houdt haar tegen.
‘Wat vind je van het verhaal?’
Karina schudt haar hoofd. ‘Het lezen gaat niet zo snel, ik moet veel woorden nog opzoeken, maar ik ben eraan begonnen. Zodra ik er iets van vind, laat ik het je weten.’

Hij knikt en steekt zijn hand op. ‘Tot morgen meisje, veel leesplezier. Ik ben heel benieuwd of jouw mening mij weet te verrassen.’
Ze kijkt hem na tot hij de drie treden naar het souterrain is afgedaald en ze hem niet meer kan zien.

In haar eigen kamer is het donker en warm. Ze trekt haar schoenen en broek uit, maakt de bovenste knoopjes van haar blouse los en opent de luiken van het enige raam. Met het dunne boekje dat Alfredo haar gisteren gaf en waar ze vanmorgen in begon, nestelt ze zich in de namiddagzon.
Als ze thuis zou vertellen dat ze al bijna een jaar praktisch samenwoont met een Italiaanse man van dik in de zestig, zouden ze haar uitlachen. Ze vertelt niets. Het is al meer dan zes maanden geleden dat ze iets van zich heeft laten horen. Ze mist het niet. Thuis was ze onzichtbaar, waar en met wie ze ook was. Niemand zag haar echt. Hier, in de eindeloos trage herhaling van de dagen is er eindelijk iemand die haar ziet.

In het begin, toen ze hier net was, probeerde ze Alfredo nog wel over te halen samen te eten, of later op de avond een drankje te doen. Het werd haar vrij snel duidelijk dat hij erg op zichzelf is en buiten de bibliotheek niet op haar gezelschap zit te wachten.

‘Ik ben een oude man, meisje. Je moet mij niet te veel verwennen met jou aanwezigheid. Er wordt in het dorp al genoeg gekletst.’

Dat er gekletst wordt, kan haar niet schelen. Ze is op hem gesteld geraakt, misschien wel een beetje teveel. Haar wereld is gekrompen naar de prettig voorspelbaarheid van haar zolderkamer, de bibliotheek en de aanwezigheid van Alfredo.

Dat ze hier terecht kwam, was puur toeval. Althans, dat vindt ze zelf. Alfredo denkt daar anders over.

‘Het heeft zo moeten zijn, meisje. Niets gebeurt zonder reden. Jij was op zoek en strandde praktisch voor mijn deur. Ik zocht al jaren iemand die me zou kunnen helpen met de bibliotheek.’

Karina was niet op zoek. Ze was op de vlucht van haar jachtige leven zonder echte connectie en op doorreis naar het zuiden, vol verlangen alles wat ze achterliet nog verder achter zich te laten. Dat uitgerekend in dit dorp donkere rook vanonder de motorkap vandaan kwam, was gewoon domme pech. Terwijl ze op zoek ging naar een garage en een hotel, vond ze Alfredo. Hij draaide juist de bibliotheek op slot, luisterde zwijgend naar haar verhaal en bood haar toen zijn zolderkamer aan. De kamer, zoals hij haar later vertelde, van zijn moeder.

Ze slaat het boekje open.

Mijn moeder was een bijzondere vrouw. Niet iedereen zal dit met me eens zijn. Men vond haar onverantwoordelijk, onbezonnen, egoïstisch en een slechte moeder, dochter en vrouw. Een lichtekooi. Een slet. Een slons. Een sloerie.

Een hoer.
Ze is al jaren dood, maar ik vind haar nog steeds een bijzondere vrouw. Hartstochtelijk, dartel, wellustig, zwoel en vreselijk geil. Een prachtige vrouw. Ze was mijn allereerste vrouw.

Begrijp me niet verkeerd. Mijn moeder mag dan onbezonnen zijn geweest, in haar ogen was ik niets meer dan het kind dat er, net als haar vijf andere kinderen, niet had hoeven zijn. Ze zorgde voor me en gaf me zo nu en dan een liefkozende aai over mijn bol, maar verder dan dat ging het niet. Nooit nam ze me bij zich in bed als ik huilend wakker werd. Nooit trok ze me in haar armen en tegen haar weelderige boezem. Eigenlijk liet ze me een beetje aan mijn lot over. Dat klinkt heel negatief, maar zo ervaar ik het niet. Ik heb me van jongs af aan prima kunnen redden, maar ben altijd blijven verlangen naar haar warme, zachte lichaam dat ze zo gretig met anderen deelde. Mijn eerste orgasme kwam dan ook door haar.

Veel van mijn orgasmes komen nog steeds door haar.

Karina laat het boek met een frons in haar schoot zakken, maar voor ze de kans krijgt die laatste zin goed tot zich door te laten dringen, dwarrelt een vergeelde zwartwit foto op de grond. Ze raapt hem op en houdt haar adem in. Is dit de moeder van Alfredo?

Ze staat op en neemt voor de grote spiegel de pose van de vrouw op de foto aan. Haar heupen iets gedraaid, haar linkerbeen gebogen, net iets voor haar rechterbeen, haar rechterhand op haar buik. Ze duwt haar borsten vooruit, steekt haar kin een beetje in de lucht en schudt haar haren over haar schouders. Ze lijkt op de vrouw. Of lijkt de vrouw op haar? Een beetje verward kijkt Karina uit het raam, naar het kleine gebouw aan de andere kant van het erf. De bibliotheek van Alfredo …

Na drie dagen in zijn gezelschap vergat Karina haar voorgenomen reis naar het uiterste zuiden van Italië. Alfredo vertelde haar over de bibliotheek, een uit de hand gelopen verzameling van zijn overgrootvader. Het was zijn moeder die besloot deze beschikbaar te stellen voor het publiek.

Zijn moeder …

Hartstochtelijk, dartel, wellustig, zwoel en vreselijk geil.
Maar ook een lichtekooi. Een slet. Een slons. Een sloerie.
Een hoer?

Waarom dan een bibliotheek?

Karina werpt nog een blik op de foto en haar eigen spiegelbeeld en kruipt weer in het open raam. Haar vingers glijden over de kaft van het boek. Geen titel, alleen zijn naam. Alfredo Ruggiero.

Een vreemde speling van het lot zorgde ervoor dat mijn oma, de moeder van mijn moeder, overleed op de dag dat ik geboren werd. Mijn moeder keerde terug naar haar geboortedorp en nam me in een draagdoek mee naar de begrafenismis. Daar haalde ze om de haverklap haar volle melkborsten tevoorschijn om mijn zuigelingengekrijs het zwijgen op te leggen. Het dorp was geschokt. Niet alleen omdat ze onder het oog van God haar roomwitte vlees tentoonstelde, ook omdat ze openlijk flirtte met zo’n beetje iedere aanwezige man, inclusief de pastoor. Toen mijn moeder de bibliotheek van mijn oma openstelde voor het publiek en ook mensen, vooral mannen, uit de stad haar wisten te vinden, reageerde het dorp zo mogelijk nog geschokter. Hoe durfde ze! Een alleenstaande vrouw, met zes kinderen, haalt constant vreemden over de vloer om God weet wat te doen, want geloof maar niet dat al die mannen voor de boeken komen. Die komen voor haar. Ze gooit zichzelf te grabbel, verkoopt zichzelf. Die lichtekooi. die slet. Die hoer! Ik denk dat het de dorpelingen minder had geschokt als ze een ordinaire kroeg was begonnen.

Met de bibliotheek kwamen inderdaad ook andere mannen. Belezen, welbespraakte mannen. De naam van mijn moeder bereikte vele oren en velen brachten haar en haar bibliotheek een bezoek. De meesten werden niet teleurgesteld. In de brede fauteuils voor de open haard keken ze naar haar. Ze dronken wijn en vertelden haar verhalen, gaven haar cadeaus. Sieraden, bonbons, make-up, jurken, geld. Daar gaf zij zichzelf aan iedere man die haar voldoende kon bekoren. Daar zag ik voor het eerst wat een prachtige, geile vrouw mijn moeder was.

Karina staat weer op, loopt door de kamer naar de brede linnenkast aan de andere kant van de kamer en trekt de deuren open. Ze heeft er eerder in gekeken en ook sommige van de jurken en sieraden in haar handen gehad. Nu bonst haar hart en laat ze haar vingers langs de kleurrijke kleding gaan. Zonder aarzelen trekt ze haar blouse uit. Ze pakt een rode jurk en trekt hem voor de spiegel aan. De stof spant strak om haar borsten en laat een heel groot deel van haar huid vrij, de rok schijnt door en laat duidelijk de contouren van haar benen zien.

Wellustig.

Staand voor de spiegel leest Karina verder.

Ik zag haar en ik zag nooit meer iemand anders. Natuurlijk heb ik het geprobeerd. Ik besefte dondersgoed dat mijn verlangen verre van gezond kon zijn, maar geen enkele vrouw wist het verlangen in mijn lichaam te blussen en keer op keer vond ik mezelf in het holst van de nacht bij de fauteuils voor de open haard. Mijn geslacht in mijn hand en haar beeld op mijn netvlies, haar gekreun en gehijg in mijn hoofd. De blos op haar wangen, de diepdonkere glans in haar ogen, haar deinende vlees. Haar borsten, haar dijen. Haar liefde. Haar hete, geile, gulle liefde.

Karina zoekt een ketting uit en legt hem rond haar hals. Haar lippen stift ze met het kleine, vuurrode stompje uit een goudkleurige huls. Ze borstelt haar haren tot ze wild en glanzend rond haar schouders vallen.

Ze leest zijn woorden opnieuw, spreekt ze hardop uit.

‘Hartstochtelijk en dartel.’

Ze bekijkt zichzelf in de spiegel.

‘Wellustig, zwoel en vreselijk geil.’

Ze lijkt op zijn moeder.

‘Haar liefde. Haar hete, geile, gulle liefde.’

Alfredo zag zijn moeder toen hij haar zag.

Ze woelt met haar handen door haar haren, draait een rondje en duwt haar borsten vooruit. Er ligt een blos op haar wangen en een diepdonkere glans in haar ogen. Ze gaat met haar tong langs haar lippen.

‘Wellustig, zwoel en vreselijk geil.’

Achter haar klinkt een zachte bons, een warme luchtstroom danst langs haar blote voeten. Karina doet haar ogen dicht. Zijn stem komt toch nog onverwacht en hese, donkere klank doet haar even huiveren.

‘Een lichtekooi. Een slet. Een sloerie.’

Ze opent haar ogen en vangt zijn blik. Zoete prikkels schieten door haar lichaam, rechtstreeks naar diepergelegen plekken. Met een ondeugend lachje draait ze zich naar hem om.

‘Ik zal je laten zien wat ik van het verhaal vind.’


 

Glijmiddel en behang

Het flauwe licht van zijn bedlamp werpt een zacht schijnsel over de gebloemde lakens. Erik klapt zijn boek dicht en doet zijn leesbril af. Marja ligt op haar zij, met haar rug naar hem toe. Ze slaapt nog niet. Hij laat zijn hand onder de dekens glijden en streelt haar billen. Ze zucht, draait zich met een glimlach naar hem toe en pakt zijn hand.

‘Slaap lekker, lief.’

Hij knipt de lamp uit en gaat tegen haar aan liggen, zijn vingers trekken denkbeeldige lijnen over haar lichaam en verbinden de sproeten die hij nu niet kan zien, maar waarvan hij weet dat ze er zijn.
Marja zucht nog een keer.

‘Welterusten Erik.’

Zijn vingers staken hun strelende ontdekkingstocht. De beginnende zwelling in zijn pyjamabroek verdwijnt. Hij gaat op zijn rug liggen. Lees verder

Vorstelijk royaal

De nachten zijn zwart en als de maan het af laat weten is de duisternis zo volkomen dat niemand zonder flambouw zijn huis verlaat, al komen de meesten niet eens in de verleiding om naar buiten te gaan. De nacht is het domein van de duivel, het rijk van het kwaad.

Niet voor de jonge koning. De nacht wijkt voor zijn opkomst en hij doet er alles aan om opzien te baren, juist tijdens het wolfsuur. Vuurpotten en fakkels leggen een dromerige gloed over het decor van hoge buxushagen, fonteinen en paden van fijn grind. Lange tafels buigen door onder de last van wildbraad, taarten, wijnen en likeuren. Lees verder

Chocolade en Italiaanse wijn

1ste dag,

Nee, ik schrijf dit niet voor jou, maar omdat ik weet dat je het toch zult lezen, ondanks mijn naam op de enveloppe, kan ik net zo goed het woord tot jou richten. En nu ik toch bezig ben, wat vond je van mijn verrassing? Had je dat ooit achter me gezocht? Niet? Nee, ik ook niet, maar God wat voelt het goed en wat had ik graag je gezicht gezien toen je er eindelijk achter kwam dat ik niet thuis zou komen uit mijn werk. Lees verder

De eerste om te dansen

De laatste tonen van het strijkorkest dansen door het auditorium en laten het publiek achter in ademloze vervoering. Voor een moment heerst er absolute stilte, dan barst een daverend applaus los. De frêle ballerina op het podium komt uit haar slotpositie en trippelt hoog op haar tenen dichter naar de zaal om de staande ovatie in ontvangst te nemen. Haar borst gaat snel op en neer en haar bloed bonst zwaar in haar vermoeide benen. Mensen roepen haar naam en ze glimlacht als vanaf de balkons bloemen naar haar toe worden gegooid. Rode en witte rozen, prachtige lelies en één enkele iris. Haar glimlach wordt breder als ze de donkerpaarse bloem ziet liggen, maar ze blijft staan en wacht tot haar collega’s van het corps de ballet zich bij haar op het podium voegen. Met een sierlijke buiging bedanken de dansers het publiek en pas als de toneelgordijnen dichtschuiven, raapt ze de paarse bloem op. Ze duwt haar neus tegen de kroonbladeren. De zoete, houtachtige geur brengt haar terug naar haar jeugd in het kleine dorp aan de voet van de El Huérfano berg en ze denkt aan het verhaal dat haar moeder haar vertelde op de dag dat ze het dorp verliet om haar droom te volgen. Lees verder

Suikeroom

Lilly kwam in mijn leven na de zoveelste teleurstellende relatie met de zoveelste teleurstellende vent en precies op het moment dat ik mezelf hardop de belofte deed nooit meer verliefd te worden. Ja, ik was dronken en ja, iedereen in de kroeg kon mijn luide uitspraak horen. Lilly dus ook en weet je, het klinkt mierzoet en vreselijk cliché, maar toen ik haar zag … Nou ja, ik was verkocht. Ze was als een plotselinge lichtstraal in de omringende omgeving en met haar argeloze eerlijkheid en onverbiddelijke uitbundigheid wist ze me helemaal in te pakken. En ze viel ook voor mij. Als een blok, zoals ze altijd zegt. Ze was mijn eerste vrouw en tot nu toe is ze mijn enige vrouw. Ik zie daar in de nabije toekomst geen verandering in komen.
Het zou alleen fijn zijn als ze wat vaker thuis is. Sinds ze die nieuwe baan heeft, werkt ze ’s avonds en het komt steeds vaker voor dat ik haar pas rond middernacht thuis hoor komen en ze me wakker maakt met haar zachte, trippelende vingers over mijn naakte huid. Het gebeurt ook steeds vaker dat ik haar met een zucht tegen me aantrek en zeg dat ze moet gaan slapen. Ik heb namelijk wel gewoon een negen-tot-vijf baan. Lees verder

Oudere berichten

© 2019 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Content is protected !!