De ene dag gaat geruisloos over in de andere en haar wereld is gekrompen tot het kleine huis van Vadit, de tuin eromheen en de kassen en bossen erachter. Regelmatig denkt ze terug aan de avond van het ongeluk en haar angst dat hij haar niet zou accepteren. Vadit heeft haar geaccepteerd, volledig. Soms zo volledig dat hij lijkt te vergeten dat ze er is. Hij gaat zijn eigen gang en laat haar ook haar eigen gang gaan. Het zint haar niet. Ze heeft aan zichzelf toegegeven dat ze hem nodig heeft en nu wil ze ook dat hij in de buurt is, of in elk geval weten waar hij is. Zelfs dat geeft hij haar niet. Het maakt haar rusteloos en nu haar ogen met de dag scherper worden, besteedt ze haar uren aan kleine wandelingetjes die haar lichaam uitputten, maar de stroom aan gedachten in haar hoofd meer en meer de ruimte geven. Lees verder