De tijd wordt een leven lang

Hij blinddoekt me en brengt me hier. Ik weet niet waar hier is en krijg geen antwoord als ik het vraag. Hij kleedt me uit en inspecteert mijn lichaam. Hij is tevreden. Ik kan zijn trotse glimlach horen en kreun zacht als zijn vingers mijn al vochtige opening verkennen. Hij doet het dagelijks, wanneer hij daar zin in heeft, maar altijd voelt het alsof het de eerste keer is.
Voorzichtig duwt hij me tegen de koude muur en maakt mijn polsen vast. Ik hoor metaal, ik denk kettingen. Ik fluister.

‘Waar zijn we?’

Hij legt zijn vinger op mijn lippen en zegt dat ik stil moet zijn. Zijn handen glijden over mijn lichaam, hij mompelt goedkeurend. Langzaam zakt hij door zijn knieën, hij omarmt mijn heupen en duwt zijn vingers diep in het vlees van mijn billen. Mijn heupen schokken naar voren als zijn tong me verder open likt en nog vochtiger maakt. Hij lacht zacht en komt weer omhoog.

‘Nee prinses, nog niet.’

Hij verwijdert de blinddoek en kijkt me aan. Zijn ogen zijn donker, maar in staat het duister om ons heen te verlichten. Hij kijkt bij me naar binnen en ziet alles. Ik ben een open boek, maar alleen bij hem. Bij niemand anders.
Ik proef mezelf als hij bezit neemt van mijn mond, maar voor ik echt kan reageren is hij weg. Hij staat bij de smalle deur.

‘Niet bang zijn. Denk aan onze woorden en alle fantasieën. Geniet van de flashbacks. Ik kom weer terug.’

De deur valt achter hem dicht en wordt op slot gedraaid. Hij laat me alleen. Naakt, gebonden en in het donker. Ik ben niet bang in het donker. Niet meer.

Mijn verlangen blijft sudderen en ik verdwijn in mijn hoofd. Soms dommel ik weg en schrik ik weer wakker met alleen het krachtige ritme van mijn hartslag in mijn oren en het duister om mij heen. Er is niets anders meer. Ik vergeet dat ik niet weet waar ik ben. Ik vergeet zelfs hoe lang ik hier ben.
Ik ben hier al uren.
Misschien ben ik hier nog maar een paar minuten.

‘Dit ben jij.’

Met een schokje doe ik mijn ogen weer open. Zijn donkere, fluisterende stem jaagt zelfs mijn hartslag naar de achtergrond. Het vuur van mijn verlangen waait weer op. Ik hoor hem, maar hij is er niet. Ik weet niet waar ik ben.

Dit ben ik.

*

Ik was niemand. Ik zorgde nog net voor mezelf en rende door het leven. Dat was ook precies mijn probleem. Rennend ging ik voorbij aan alles wat maar een beetje van betekenis kon zijn en daarmee hield ik de rest van de wereld op afstand. Het was een eindeloze herhaling van werk, familie, vrienden en heel soms een oppervlakkige scharrel. Een korte relatie. Een dag, een maand, een jaar. Ik had niemand nodig. Ik was een zelfstandige vrouw.

Orgasmes had ik niet en ik was bang ik het donker.

*

Het is alsof hij naast me staat en naar me kijkt. Het is niet zo. Het hier donker, maar niet zo donker dat ik hem niet zou kunnen zien. Ik zou hem kunnen roepen, maar ik moet stil zijn dus ik ben stil. Mijn zintuigen verscherpen en ik hoor zijn hypnotiserende stem. Zijn woorden zitten niet alleen in mijn hoofd, ze dansen ook langs mijn huid. Zacht en teder, dan weer ruw en scherp.

‘Wanneer je even niets te doen hebt, laat dan de gedachten door je hoofd waaien. Ze mogen er zijn. Jij mag er zijn. Dit ben jij.’

Mijn gedachten waaien niet. Ze donderen en kolken. Ik denk aan veldjes met gras of bloemen, of brandnetels, rotsen. Ik denk aan alles wat wij deelden en elkaar vertelden. In ruil voor mijn diepste verlangens en donkerste fantasieën kreeg ik die van hem. Zijn stem plaagt mijn verlangen.

‘Verwacht niets, maar weet dat het gebeurt. Beperk jezelf niet met te willen weten wanneer en koester de tijd. De reis zal de beloning zijn.’

Op de donkere klanken van zijn stem vervolg ik mijn reis.

Dit ben ik.

*

Hij hield me tegen en ik stopte met rennen. Verbaasd keek ik naar de wereld om me heen en adembenemend langzaam liet ik hem toe in die van mij. Adembenemend langzaam stapte ik in die van hem. Ik was bang. Hij riep tegenstrijdige emoties in me op. Verlangen, angst en verdriet. Verlangen naar diepgang en verbinding. Angst om teveel te geven en van een koude kermis thuis te komen. Verdriet omdat mensen je teleurstellen. Ze gooien de deur dicht en verdwijnen. Ze gaan dood. Ik was bang om te geven en weer te verliezen. Hij wist mijn angsten te doorbreken en opende mijn ziel. Hij opende ook mijn lichaam.

Hij geeft me orgasmes en ik ben niet meer bang in het donker.

*

Tijd is een medium dat langer wordt als er weinig prikkels zijn en korter als het je raakt. Hij raakt mij. Overal. Hij heeft me gebonden. Fysiek en mentaal en juist daardoor voel ik me vrijer dan ik ooit ben geweest. Hij is mijn ‘high’, mijn drug. Zonder hem is alles grijs. Niet licht, niet donker, alleen maar grijs.

Ik weet niet waar ik ben. Ik geloof dat ik heb geslapen, maar ik weet het niet zeker. Ik ben hier al uren, misschien ben ik hier nog maar een paar minuten. Het doffe gesuis in mijn oren wordt zwaar en zwakt af. Hetzelfde ritme voel ik in mijn lichaam. In mijn huid en mijn spieren. Door mijn bloed. Traag en krachtig. Langzaam en sterk. Ik dommel weg op de vertrouwde cadans.

Ik schrik omdat de deur opengaat, een felle straal licht verjaagt het duister en verblindt me. Ik krijg geen tijd om eraan te wennen. Strak bindt hij me de blinddoek om en het licht verdwijnt weer. Zijn warmte straalt af op mijn huid en ik zucht.

‘Niet weggaan.’
Hij lacht zacht en neemt mijn gezicht stevig tussen zijn vingers.
‘Ik ga nooit weg, ook niet als je denkt dat het wel zo is. Geduld en vergeet onze woorden niet.’

Zijn warmte verdwijnt en de deur valt dicht. Het donker is niet meer om me heen, het zit nu in mij. Het ritme van mijn hartslag is veranderd en kolkt en dondert met mijn gedachten mee.

*

Hij leerde me leven vanuit verlangen en met geduld. Hij leerde me dat ik niet bang hoefde te zijn voor het donker en dat ik al mijn duistere verlangens mag omarmen. Ze horen bij mij. Hij leerde me niet meer bang te zijn voor mijn herinneringen. Stevig pakte hij me bij mijn hand en ik gaf mezelf aan hem over. Hij keek naar mij en ik keek naar hem. Hij werd mijn wereld. Hij laat me alles zijn wat ik ben.

Ik geef hem mijn orgasmes. Ze behoren hem toe, net als al mijn donkere gedachten en fantasieën.

Dit ben ik.

*

Ik weet niet waar ik ben. Ik ben hier al uren. Misschien ben ik hier nog maar een paar minuten. Mijn hele leven.

Mijn benen worden moe en gevoelloos. Ik kan niet zitten. Ik zit vast. Stalen boeien rond mijn polsen. Geboeid, door hem, voor hem, van hem. Naakt voor hem. Open voor hem. Als ik beweeg hoor ik de kettingen rinkelen. Dat en mijn hartslag, mijn ademhaling en verre geluiden die door het donker naar me toe komen dansen. Zijn stem, mijn stem. Ons verhaal. Hij en ik. Wie ik was ben ik niet meer. Ik ben veel meer dan dat. Ik ben de zijne. Dit ben ik.

De deur vliegt met kracht open en mijn hoofd schiet omhoog. Zijn handen sluiten zich stevig om mijn keel en hij fluistert mijn naam.
‘Mijn prinses. Ik doe alles, ik mag alles en leg de wereld aan je voeten. Ik ben jouw koning. Jij bent mijn prinses.’
Het duister in mijn hoofd krijgt gezelschap van lichte spikkels en heldere flitsen als hij me de adem ontneemt. Net op het moment dat ik wil vechten laat hij me los en verlicht de stoot zuurstof mijn hele lichaam. Weer ontneemt hij me de adem en geeft me weer lucht. Een eindeloze herhaling van prachtige sensaties. Twee handen, een hand. Zijn handen zijn groot genoeg. Hij tilt me op en laat me zweven, hij laat me weer los, zonder me los te laten. Zijn stem prikkelt mijn verlangen.

‘Al jouw donkere fantasieën prinses. Weet je ze nog? Allemaal? Hoeveel zijn er al werkelijkheid geworden. Wat verlang je nog meer?’

Ik schud mijn hoofd. Ik verlang niets anders dan hem. Zijn liefde. Hij is mijn high, mijn drug. Mijn koning.

Zijn handen glijden over mijn huid. Hij plaagt mijn tepels, zacht dan weer harder. Zijn mond volgt en maakt me vochtig. Ik hap naar adem als hij scherp zijn tanden in mijn vlees zet en ik weet dat mijn huid een palet zal worden van kleine, rode vlekjes.

De afdruk van zijn tanden en van zijn liefde voor mij.

Hij voelt mijn hitte en mijn geil. Geil voor hem, door hem. Zijn vingers spelen tussen mijn benen, bij me naar binnen. Langzaam en sneller. Mijn hartslag jaagt. Ik hijg en duw mijn heupen naar voren.

‘Toe maar prinses. Het mag. Je mag het aan me geven.’

Ik wil nog niet. Het is te snel, maar ik geef. Het spoelt door me heen en vindt zijn weg naar buiten, langs zijn vingers via zijn armen naar zijn hart. Het is van hem. Alles wat ik ben is van hem.

Mijn hartslag bonst niet meer alleen, het bonst samen met dat van hem.

Ik hoor zacht geruis, het gerinkel van zijn gesp, de rits van zijn broek. Ik schreeuw omdat hij mijn benen optilt. Mijn spieren laten me weten dat zij nog steeds in leven zijn. Hij neemt bezit van mijn lichaam met ruwe, onbeheerste stoten. Mijn rug bonkt pijnlijk tegen de muur en iedere stoot vertelt me wie ik ben.

Dit ben ik.

Ik ben zijn prinses, hij is mijn koning.

Een leven lang


Geschreven voor NBR – Plaza’s Erotica Fest #9 ‘Horen’

 

3 reacties

  1. Het is heel mooi. Heb het nu een paar keer gelezen, en blijf er van genieten. Prachtig!

  2. erg mooi en spannend

  3. Bedankt voor je prachtige bijdrage. Ik hou van het poëtische van de manier waarop je de liefde en spanning beschrijft. Erg mooi!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2019 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: