Voetstappen

Hij is geen opvallende verschijning. Toch kennen velen zijn gezicht. Nu is er niemand om te groeten of een kort praatje te maken. De ijzige kou en de snijdende wind houden de meeste mensen binnen. Hem niet. Hij wandelt hier al jaren. Elke avond. Eerst nog met Deborah. Nu alleen. Hij heeft zijn kraag opgeslagen en zijn handen diep in de zakken van zijn duffelse jas gestoken. Wanneer hij zich even omdraait, ziet hij dat zijn zojuist gemaakte voetstappen alweer bedekt worden met een dun laagje sneeuw. Over een paar minuten zal het helderwitte dek weer glad zijn. Alsof niemand hier liep. Zijn voetstappen zullen verdwijnen.

Zijn dochters …

Ze kregen er vier en zijn stille wens om een zoon verdween al bij de eerste. Hij glimlacht en duwt zijn handen nog iets dieper in zijn zakken als hij de hoek om slaat en de wind hem even de adem beneemt.

Zijn dochters komen vaak en proberen hem de deur uit te krijgen, nieuwe mensen, vrouwen, te ontmoeten.

‘Mama wilde niet dat je alleen zou blijven. Jij hebt ook recht op geluk.’

Staat het missen gelijk aan ongelukkig zijn?

Misschien.

Hij wil geen andere vrouw en hij zit ook niet de hele dag thuis. Hij wandelt. Met Deborah. Net als alle voorgaande jaren

Ze waren nog zo jong en zij zwanger van de oudste toen ze ermee begonnen. Elke avond. Het werd hun moment in de hectiek van alle dag. Ook toen de baby geboren was en later de andere drie. Er was altijd wel een buurvrouw die even een oogje in het zeil wilde houden. Tijdens de wandelingen bespraken ze de dag en alle diepe verlangens die er nog te verlangen waren.

Dat doet hij nog steeds. Stil vertelt hij haar over zijn dag en zijn verlangens.

‘Je mag nu wel weer terugkomen. Je bent lang genoeg weggeweest.’

Bijna acht jaar.

Soms raakt hij in paniek omdat hij even denkt dat hij haar gezicht is vergeten. Ze verschijnt altijd weer in zijn hoofd, met een glimlach en licht bewegende lippen.

‘Ik kom niet meer terug en het heeft lang genoeg geduurd. Je hebt me beloofd niet eeuwig te rouwen.’

Acht jaar is niet eeuwig. Het is maar een fractie als je het vergelijkt met alle jaren ervoor. Toch gebeurt er ook in een fractie zo ontzettend veel.

Hij draait zich weer om. Van zijn voetstappen rest niets anders dan ondiepe kuiltjes in de sneeuw. Wat hij om zich heen ziet, is niet meer wat hij met Deborah zag. Het smalle pad met de bomen is verdwenen net als het weiland erachter. Eerst kwam er een woonwijk met gezinnen waarvan de oudste kinderen nu tieners zijn. Er kwam een grote, moderne boulevard met winkels en nog geen jaar geleden rezen hoge appartementen uit de klei rond het centrum.

Alles om hem heen verandert. Van binnen staat hij stil. Wachtend op een wonder waarvan hij zelf heel goed weet dat het nooit zal gaan gebeuren.

Op de brug blijft hij staan, zijn handen op de besneeuwde reling. Nog niet alle appartementen zijn bewoond, maar achter sommige hoge ramen brandt licht en schaduwen bewegen achter lange gordijnen. De kamer achter een raam op de eerste verdieping is fel en bleek verlicht. Hij ziet kartonnen dozen en, als hij zijn blik richt naar de ingang van het complex, een kleine verhuiswagen. Mensen verdwijnen met kartonnen dozen en meubels door de glazen deuren en verschijnen weer in de felverlichte kamer. Iets maakt dat hij blijft kijken. Hij volgt de bewegingen tot het felle licht uitgaat en de verhuiswagen verdwijnt.

De avonden erna wandelt hij steevast richting de brug, elke dag een beetje sneller. Het is gestopt met sneeuwen, maar de wereld om hem heen blijft wit, bijna magische avonden, met gedempte geluiden die van ver lijken te komen. Achter felverlichte raam op de eerste verdieping ziet hij de kale kamer langzaam veranderen in een knusse woonkamer. De kleuren van de muur gaan van betongrauw naar zuidelijk geel. Er wordt een vloer gelegd en meubels vinden hun plek. Het bleke, felle licht maakt plaats voor zachte, gedimde lampen.

Op de vijfde avond staat voor het grote raam een vrouw op een aluminium keukentrapje en het vlammetje in zijn borst wordt groter. Ze doet hem aan Deborah denken. Springerige krullen, niet meer helemaal blond, ook nog niet helemaal grijs. Balancerend op één been, probeert ze gordijnen aan een voor zijn ogen onzichtbare reling te hangen. Ze draagt een rok, haar benen zijn kort en stevig, haar bovenlichaam lang. Deborah droeg zelden een rok. Ze vond het niet praktisch. Hij vond het altijd leuk als ze het een enkele keer wel deed. Sexy. Net als bij deze vrouw.

Zijn hart slaat een slag over als het even lijkt alsof ze van het trapje valt. Ze herstelt zich met haar handpalm tegen het glas van het hoge raam. Het gordijn valt wel en met geagiteerde bewegingen staakt ze haar activiteiten. Het trapje wordt opgeruimd, de gordijnen in een hoek gesmeten. Ze blijf voor het raam staan en leunt met haar voorhoofd tegen het glas. Hij doet een stap naar achteren. Uit het licht van de straatlantaarns, terug in de schaduw. Ze maakt hem nieuwsgierig, maar dat hoeft zij niet te weten.

De volgende avond hangen de gordijnen en staat er een groot, antiek bureau voor het raam. Hij ziet haar zitten op de bank erachter en aan het flikkerende licht in de kamer maakt hij op dat ze naar de televisie kijkt. Hij vraagt zich af waar ze naar kijkt. Hoe ze heet. Waar ze van houdt. Of ze van iemand houdt. Of ze van hem zou kunnen houden, en hij van haar. De gedachten veroorzaken een steek in zijn borst en veel vroeger dan anders keert hij terug naar huis.

Toch blijft hij terugkomen en niet alleen ’s avonds. Hij leert haar rituelen kennen, de tijden dat ze niet thuis is. Ze heeft vast een baan, of een hobby waar veel tijd in gaat zitten. In de avond is ze thuis, soms krijgt ze bezoek. Een jonge man. Haar zoon? Een geliefde? Voor het eten neemt ze steevast een douche en ze eet met een bord op schoot terwijl ze naar een programma kijkt of iets leest. Ze leest veel. Deborah las nooit, hij ook niet, maar gisteren kocht hij een boek en nu leest hij ook, voor hij gaat slapen. Hoe langer hij naar de vrouw kijkt, hoe minder ze hem aan Deborah doet denken en hoe nieuwsgieriger hij naar haar wordt.

Op een dag komt ze niet thuis en het maakt hem onrustig. Waar is ze, met wie en komt ze nog thuis. Hij wacht terwijl hij kleine rondjes loopt rond het appartementencomplex. De sneeuw is allang verdwenen, maar zijn voetstappen leggen een onzichtbare cirkel rond haar wereld. Hij groet mensen die hij vaker ziet. Soms groeten ze terug. Het duurt lang voor ze thuis komt en hij moet een beetje lachen om zijn onterechte gevoel van jaloezie als ze uit een vreemde auto stapt. Ze draagt een klassiek zwart jurkje en haar krullen zijn omhooggestoken. Ze ziet er mooi uit, maar hij vindt het leuker als haar haren rond haar schouders vallen. Hij wacht tot ze door de glazen deuren van het complex verdwijnt en wandelt weer terug naar zijn vaste positie op de brug, waar hij haar straks goed kan zien.

In de woonkamer schopt ze haar schoenen nonchalant aan de kant en schudt ze haar krullen los. Ze loopt naar het bureau en laat zich op de stoel erachter vallen. Ze strekt haar benen, haar tenen duwen tegen het dikke glas van het raam en de rok van haar jurk schuift omhoog. Hij kan haar slipje zien. Ze klapt een laptop open. Het is een handeling die hij haar nog niet eerder heeft zien doen. Ze leest, kijkt tv of doet niets. Misschien luistert ze naar muziek. Ja, ze luistert naar muziek. Het past bij haar.

Het scherm van de laptop werpt een blauwachtig licht op haar gezicht en fijne lijntjes worden zichtbaar. Ze leek jonger, nu wordt ze ouder en nog mooier.

De nieuwsgierigheid en onzekerheid vechten naast elkaar. En zijn liefde voor Deborah dan? verdwijnt die als hij toegeeft aan het verlangen deze vrouw beter te willen leren kennen? Is hij haar ontrouw als hij steeds meer dingen ontdekt waarin deze vrouw in niets op haar lijkt? Is het eerlijk naar deze vrouw als zijn liefde voor Deborah blijft voortbestaan?

Zijn gedachten worden abrupt onderbroken door een beweging achter het raam, onder het bureau. De vrouw trekt de stof van haar jurk nog verder omhoog en legt een hand tussen haar gespreide benen. Haar vingers vlinderen even over haar slipje en verdwijnen dan onder de dunne stof. Onbewust doet hij een stap naar voren. Wat ziet ze op het scherm van haar laptop? Wat maakt dat ze toegeeft aan het verlangen zichzelf daar aan te raken en waarom vindt hij het zo heerlijk dat ze dit doet? Ziet ze hem? Doet ze dit voor hem? Mag hij hier wel naar kijken? De laatste vrouw die hij zo zag, was Deborah en zij was verlegen, zelfs voor hem. Deze vrouw lijkt niet verlegen. Ze lijkt trots op haar lichaam en het verlangen dat daar leeft. Deelt ze dit met hem?

Langzaam verlaat hij zijn plekje op de brug, maar zijn ogen houden haar vast. Haar onderlichaam schokt en glijdt een beetje van de stoel waardoor haar jurk nog verder omhoog schuift. Haar vingers bewegen. Snel, dan langzaam en weer sneller. Hij ziet een glinstering van vocht, al kan dit ook zijn verbeelding zijn. Hoe zou ze ruiken, smaken, voelen? Wil hij dat echt weten?

Hoe dichterbij hij komt, hoe meer hij van haar ziet en wanneer zijn ogen die van haar raken, weet hij het zeker. Ze ziet hem ook. Ze weet dat hij haar al weken gadeslaat en van zijn twijfelende verlangen. Ze daagt hem uit een volgende stap te zetten. Ze wil dat hij een volgende stap zet. Hij wil het zelf ook. De tijd is daar om zijn voetstappen een nieuw pad te geven.

Het is nu of nooit en hij neemt het risico, verliest haar uit het oog als hij aarzelend de glazen deur van het appartementencomplex open trekt. De lift brengt hem naar de eerste verdieping en een logisch rekensommetje naar de juiste deur. Zijn vinger trilt als hij op de bel drukt en zijn hart bonkt terwijl hij wacht tot de deur open gaat. Haar ogen zijn groen en hij leest dezelfde nieuwsgierigheid en onzekerheid die ook in hem leeft. Ook zij is een geliefde kwijtgeraakt.

Met een glimlach doet ze een stap opzij om hem binnen te laten.

‘Eindelijk. Je hebt er lang over gedaan.’


2 reacties

  1. Dit verhaal neemt je al snel mee in de gedachtenwereld die herkenbaar is voor een weduwnaar. De druk van de buitenwereld of kinderen die proberen een ouder aan te moedigen weer midden in het leven te staan. Wat charmeert aan dit verhaal is dat je langzaam in de huid van de hoofdpersoon kruipt en je zijn overwegingen gaat overnemen. De ritme van het verhaal geeft goed weer de tijd die de hoofdpersoon nodig heeft om zich weer over te geven aan het leven. De opbouw maakt dat je nieuwsgierig wordt naar elke volgende stap hoe klein ook die hij neemt. Een mooi verhaal met een einde die juist een nieuw begin inluidt.

  2. Goed, geschreven… Tot aan het einde blijft de spanning er in.
    Zeker een vervolg waard…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2019 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: