Vrouw van de toekomst

Aloka glimlacht als ze voelt hoe de prettige roes over haar lichaam valt. Ze zucht gelukzalig en haast automatisch versnelt ze haar tempo. Ze weet dat het komt doordat ze eindelijk weer buiten mag trainen. Op de baan rent ze zoveel fijner dan binnen op de band. Het is alsof ze hier veel meer het uiterste van zichzelf kan vragen. Juist hier, in dit eeuwenoude stadion waar al zoveel atleten haar voorgingen.
In haar oor klinken twee korte piepjes en weer verhoogt ze haar snelheid. Het stadion flitst aan haar voorbij en de roes wordt zwaarder. Bovenin de hoge, verwaarloosde tribunes en langs de baan lopen beveiligers in donkerblauwe jassen. Toen ze hier arriveerde, liep er nog een andere atleet op de baan, maar hij verdween nog voor ze klaar was met haar warming-up. Trainen doe je alleen. De beste zijn ook. Als ze dit jaar het olympisch record weet te verbreken, zal niemand haar ooit nog vergeten. Haar naam zal letterlijk in de sterren geschreven staan, naast alle andere, grote namen. Het is een mooie bijkomstigheid, maar Aloka rent om de lichte bedwelming die altijd weer bezit van haar neemt. Het geeft haar elke keer het gevoel dat ze boven zichzelf uitstijgt en dat er zoveel meer is dan dat wat het systeem haar toestaat te ervaren.

Plotseling klinkt de zachte stem van haar mentor in haar hoofd. ‘Stoppen, Aloka en naar de catacomben.’
Ze gaat iets langzamer lopen en legt haar hand op haar rechterpols. ‘Ik ben nog niet klaar, en ik moet nog afkoelen.’
‘Daar is geen tijd voor. Je moet nu stoppen. Er is onrust buiten het stadion.’
Aloka blijft staan en kijkt om zich heen. De beveiligers bovenaan de tribunes zijn verdwenen en rond de baan rennen mannen en vrouwen in een hoog tempo naar de grote ingang van het stadion. De stem in haar hoofd klinkt dwingender. ‘Nu, Aloka! In de kelders ben je veilig.’
Het verwart haar. Het systeem garandeert haar veiligheid, altijd en overal. Toch slaat haar hart snel en onregelmatig en dat komt niet omdat ze haar training zo abrupt moet stoppen. Door haar lichaam giert een gevoel dat ze niet kent en het maakt dat ze een sprint trekt naar één van de smalle deuren die toegang bieden tot de kelders. Ze hoort geschreeuw en ze ziet de beveiligers haar kant op komen. Haar mentor spoort haar aan. ‘Sneller Aloka, je kunt het. Je bent de snelste van allemaal. Niet omkijken.’
Ze kijkt toch en begint harder te lopen als ze de oorzaak van alle commotie ziet. Achter haar rent een man in donkere kleding. Hij is nog ver, maar hij komt langzaam dichterbij. Aloka hijgt en zet zich nog steviger af. Haar hart bonkt in haar keel, haar longen lijken in brand te staan en het zweet gutst langs haar gezicht. Ze hoort geschreeuw en tot haar afschuw ziet ze dat de man totaal geen moeite heeft haar bij te houden. Nog maar drie passen, nog twee en hij rent naast haar. Hij is nu zo dichtbij dat ze de glinsterende lichtjes in zijn ogen en de lach rond zijn mond kan zien en ondanks het gejaagde gevoel dat door haar lichaam giert, roert zich nog iets anders diep in haar buik. Ook dat gevoel herkent ze niet en op het moment dat hij haar stevig bij haar pols pakt, lijkt het of de wereld om haar heen even stil staat. Ze kijkt hem aan en hij lacht. ‘Spannend Aloka?’
Zijn stem wordt gevolgd door een schril, suizend geluid en een hete pijn aan de achterkant van haar nek. Hij laat haar weer los en gaat haar pijlsnel voorbij. Nog voordat ze de smalle deur heeft bereikt, is hij al uit het zicht verdwenen. Struikelend daalt ze de betonnen trap naar de kelders af. De deur valt achter haar in het slot en hijgend blijft ze staan. De stem van haar mentor probeert haar te sussen. ‘Je hebt het gehaald, Aloka, hier ben je veilig.’
Aloka bevoelt de licht brandende plek in haar nek en laat zich tegen de muur aan op de grond zakken. ‘Wie was die man?’
‘Dat zijn we aan het uitzoeken. Waarschijnlijk een strijder, maar maak je geen zorgen. Het ging hem niet om jou. Je was gewoon op de verkeerde plek vandaag. Het had iedereen kunnen zijn.’
Ze schudt haar hoofd. Dat gelooft ze niet. Er zijn hier zelden mensen, en als ze er zijn, dan onder de hoogst mogelijke beveiliging. Het systeem raakt niet graag zijn burgers kwijt, zeker niet als ze zo veelbelovend zijn als zijzelf is, en deze man kende haar naam. Als hij daadwerkelijk een strijder is, dan wist hij dat ze hier zou zijn en was ze wel degelijk het doelwit, maar waarom?’
Haar mentor voelt haar twijfel. ‘De strijders grijpen elke gelegenheid aan om onrust te veroorzaken, Aloka, dat weet je. Als jij je hier druk om gaat maken, dan hebben ze hun doel bereikt. Ga douchen en eet wat. Je mag je hier niet door af laten leiden.’
‘Hij is sneller dan ik ben.’
‘Ga douchen, Aloka. Ik zal je laten weten wanneer het weer veilig is. De shuttle zal je thuisbrengen. Wij zorgen voor je. Er kan je niets gebeuren, dat weet je toch?’
Aloka knikt en probeert de vreemde gevoelens van zich af te schudden. ‘Dat weet ik. Ik ga douchen. Ik schakel je nu uit.’
Ze duwt op de sensor in haar pols en het zacht, zoemende geluid in haar oren verdwijnt. De stilte doet haar even huiveren en het stapelt zich op het gevoel dat nog steeds in haar buik cirkelt. Ze loopt naar de doucheruimte en trekt langzaam haar dunne trainingspak uit. Wanneer ze tussen twee glazen muren stapt, valt er warm water uit het plafond. De ruimte vult zich meteen met stoom en met een zucht stapt ze onder de stralen. Ze denkt aan haar onafgeronde training en vraagt zich af of ze hier nu nog wel kan komen. Ze heeft het nodig. De spelen zullen hier ook plaatsvinden en ze heeft tijd nodig om zich de sfeer eigen te maken. Het is onderdeel van haar voorbereidingen.

Een onverwacht geluid doet haar opkijken. Haar hart schiet naar haar keel als de man uit het stadion langzaam naar haar toe komt lopen. In een reflex bedekt ze zichzelf met haar armen en ze wil naar de sensor in haar rechterpols reiken om haar mentor op te roepen. Hij legt een vinger tegen zijn lippen. De beweging doet haar aarzelen. Zijn stem is laag en het warme timbre lijkt onder haar huid te kruipen. ‘Niet schrikken Aloka, ik ben hier niet om je kwaad te doen.’
Hij doet een stap naar haar toe. Ze grijpt haar handdoek en slaat deze om zich heen. De dikke stof zuigt meteen het water op en haar lichaam wordt onttrokken aan zijn blik. Hij lacht zacht. De plek aan de achterkant van haar nek begint te gloeien. Ze legt haar hand eroverheen. ‘Wie ben je en wat wil je van me?’
‘Ik ben Terence en ik wil jou. Jij en ik zijn voor elkaar gemaakt en ik zal je laten voelen dat je meer bent dan de machine die het systeem van je heeft gemaakt.’
Ieder woord dat hij uitspreekt, kruipt met een zachte schok in haar lichaam. Hij komt dichterbij en Aloka doet een stap naar achteren. Ze staat met haar rug tegen de kille muur. Het gevoel in haar buik kantelt en ze voelt haar hart tot in haar vingertoppen bonzen. ‘Ik ben geen machine. Ik ben Aloka, Olympisch kampioene …’
Weer lacht hij. ‘Hoe voelt dat, als jij je lichaam zo hard laat werken en denkt dat je het doet omdat je de beste wilt zijn, Aloka? Hoe voelt het als je hart pompt en het bloed door je aderen kolkt? Hoe voelt het als het zweet langzaam een dun laagje over je huid legt?’
De donkere klanken van zijn stem schieten als hete schichten door haar onderbuik en ze zakt door haar knieën op de grond. Zijn woorden deinen door haar lichaam en doen haar naar adem happen. De plek aan de achterkant van haar nek brandt scherp en heet.
‘Je bent geen Olympisch kampioene, Aloka. Het systeem heeft je laten denken dat je dat bent maar je bent een vrouw van warm, zacht vlees en kokend bloed en dat is het meest pure dat je kunt zijn. Die sensatie is echt en niet primitief, zoals het systeem jou en zoveel anderen wil laten geloven. ’
Hijgend kijkt ze hem aan. ‘Wat doe je …’
Tintelingen dansen over haar huid en een felle schok schiet van haar hard geworden tepels naar de hete kern tussen haar benen. Kreunend omarmt ze het gevoel en trillend wacht ze tot het haar loslaat. Haar gezicht is warm als ze de man weer aankijkt. Hij grijnst. ‘Dat was prettig nietwaar? Je hoort snel weer van me.’
De lichten vallen uit en voor een kort moment is ze omhuld door complete duisternis. Als de lichten flikkerend aanspringen, is de man verdwenen. Aloka zit hijgend onder de warme stralen van de douche. Tussen haar benen bonst het dof en warm.

De dagen na haar bijzondere ontmoeting met Terence verwaarloost ze haar trainingen. Ze rent tot de roes over haar heen valt en zoekt dan het gevoel dat zijn woorden in haar los wisten te maken. In haar rusteloze nachten zoekt ze tevergeefs zijn donkere stem. Onder haar haren blijft de plek in haar nek gloeien, als een brandwond die maar niet wil genezen.

Met een plof laat ze zich op haar brede bank vallen en ze duwt op de sensor in haar pols. Boven de salontafel verschijnt de ingang van het ontmoetingscentrum en ze zegt langzaam haar naam. Ze is er al meer dan een jaar niet geweest. Haar trainingen namen al haar tijd in beslag en als ze niet aan het trainen was, dan was haar lichaam aan het herstellen. Nu bonst haar hart zwaar, ook als ze zich probeert te ontspannen, maar de rust die dan normaal gesproken over haar heen valt, blijft uit.
Verveeld dwaalt ze rond door het virtuele centrum, de plek waar mensen hun kennis kunnen delen en ervaringen kunnen uitwisselen. Ze heeft er nooit behoefte aan gehad. Het systeem voorziet haar van alle informatie die ze nodig heeft en haar mentor fungeert als klankbord in de momenten dat ze het moeilijk heeft en twijfelt aan de bestemming die het systeem haar heeft opgelegd.
Nu is haar twijfel groter dan ooit. Wat gebeurt er als ze haar bestemming heeft bereikt?
Plotseling denkt ze aan haar moeder. De herinnering komt zo sterk bij haar binnen dat het even is alsof ze de zoete geur die de vrouw bij zich droeg, weer kan ruiken. Ze had geen bijzondere band met haar. Ze zag haar te weinig, korte momenten waarin ze zich overgaf aan warme armen en onder het toeziend oog van haar verzorgers op een zachte schoot werd getrokken. Er waren tranen en elke keer moest ze zich weer losmaken uit de stevige omhelzing. Na haar zesde levensjaar heeft ze haar moeder nooit meer gezien. Ze vraagt zich af of de vrouw nog leeft en waar.
Is dat ook haar lot? Ze weet dat van haar verwacht wordt dat ze haar genen doorgeeft. De naam van de man die haar zijn zaad zal bezorgen, is haar al bekend. Hij is de perfecte match en de combinatie zal zorgen voor krachtig nageslacht. Zodra ze het olympisch record heeft verbroken zal ze zijn sample ontvangen zodat ze het bij zichzelf in kan brengen en negen maanden later zal ze het systeem een sterke zoon of dochter bezorgen. Ze zullen de baby bij haar wegnemen zodat ze het niet kan beïnvloeden met moederlijke bezorgdheid. De opvoeders zullen haar op de hoogte houden van de vorderingen van het kind en als ze wil, mag ze het maandelijks bezoeken. Aloka zucht. Ze wil het niet. Ze weet niet goed waarom niet. Ze heeft nooit getwijfeld aan de bestemming die het systeem haar heeft gegeven, maar sinds de overweldigende ervaring in het stadion, lijkt alles waar ze in gelooft op losse schroeven te staan.

Gefrustreerd wil ze weer uitloggen als ze plotseling een beweging in de bovenste galerij van het centrum ziet. Haar hart maakt een opgewonden sprong als ze de man uit het stadion herkent. De plek in haar nek wordt aangenaam warm en het gevoel trekt langzaam door de rest van haar lichaam. Hij gebaart dat ze hem moet volgen en verdwijnt dan uit het zicht. Ze volgt hem zonder erbij na te denken en haar huid begint te gloeien als ze hem weer ziet en langzaam dichterbij komt. Bij de grote trappen blijft hij staan. Hij kijkt haar met een scheve grijns aan en verdwijnt dan door de muur. Ze roept  hem na. ‘Wacht!’
Ze rilt als zijn lage stem in haar hoofd verschijnt. ‘Gewoon doorlopen, Aloka. Je hoort bij mij.’
Aarzelend strekt ze haar armen. Haar sensor geeft aan dat ze hier niet verder kan, maar ze houdt zich vast aan de warme stem van de man. Haar huid gloeit nu ondraaglijk. Ze haalt diep adem en duwt zichzelf dan door de muur heen. Hij staat met een brede grijns op haar te wachten. ‘Welkom in de nieuwe wereld, Aloka. Ik heb op je gewacht.’
Haar lichaam begint te tintelen, toch kijkt ze hem fronsend aan. ‘Waarom?’
Hij lacht. ‘Jij en ik, wij zijn voor elkaar gemaakt. Je bent mijn vrouw, ik jouw man. Geen perfecte match, maar pure passie en allesverterende liefde. Je hoort bij mij, en ik bij jou. Onze kinderen zullen in een nieuwe wereld opgroeien, ver van het systeem.’
Ieder woord dat hij uitspreekt dringt haar lichaam binnen en laat een tintelend spoor achter. Ze probeert het gevoel van zich af te schudden en snuift laatdunkend. ‘Ben ik daarom hier? Om te luisteren naar praatjes over liefde en passie. Nietszeggende verhalen en verzinsels?’
Hij lacht hard en ze hapt naar adem als een brandende trilling haar naar de grond duwt. Op handen en knieën wacht ze tot het gevoel van haar af glijdt, maar als hij zijn mond opent om haar een antwoord te geven, schiet dezelfde, zoete zindering door haar lichaam.
‘Is dit nietszeggend, Aloka? Een verzinsel? Hoe komt het dan dat je er zo hard door geraakt wordt?’

Hij spreekt de woorden langzaam uit en ze voelt ze overal. Geen plekje van haar lichaam blijft gespaard.
Ze steunt en probeert op te staan, met zijn woorden duwt hij haar weer naar de grond.
‘Dit is mijn liefde voor jou Aloka.’
Kreunend schudt ze haar hoofd.
‘Lust voor de hitte die onder jouw huid verscholen ligt.’
Haar tepels schuren pijnlijk tegen de stof van haar shirt. Ze hijgt.
‘Ongeremde geilheid en het verlangen daaraan toe te geven en het te nemen, omdat het van jou is.’
Trillend voelt ze de spanning in haar onderbuik loskomen en weer omarmt ze de storm die in haar losbarst.
‘Als dit slecht en verdorven zou zijn, Aloka, waarom voelt het dan zo goed?. Het is waar je lichaam voor gemaakt is. Je bent geen topatlete, je bent een vrouw. Een zinnelijke en prachtige vrouw. Mijn vrouw.’

In elkaar gedoken ligt Aloka op de grond, haar lichaam schokt zacht en er komen jammerende kreetjes uit haar keel terwijl de hitte in haar lijf maar langzaam bij haar weg danst. Snikkend schudt ze haar hoofd. ‘Niet stoppen, alsjeblieft niet stoppen.’
Zijn zachte lach spat als een warme regenbui in haar schoot uit elkaar. ‘Sta op Aloka, voor nu is dit genoeg. Over een paar dagen kom ik bij je en zullen we met elkaar versmelten. Mijn zaad zal zich vermengen met jouw zoete sappen en in je schoot zal ons kind groeien. Wacht op me.’

De virtuele omgeving om haar heen verdwijnt en ze vindt zich bevend op de vloer van haar appartement. De stem van haar mentor zoemt zenuwachtig in haar hoofd. ‘Wat is er met je aan de hand, Aloka. Geef antwoord!’
Aloka zucht diep. Haar lichaam smeult en tussen haar benen klopt nog het restant van zijn woorden. Haar stem is hees als ze haar mentor antwoord geeft. ‘Er is niets aan de hand. Het gaat goed. Ga weg. Laat me alsjeblieft met rust.’
Met trillende benen staat ze op en ze drukt op de sensor in haar rechterpols als de stem op harde toon tegen haar blijft praten. ‘Je was ruim drie uur weg. Waar was je, wie was er bij je?’
Ze geeft geen antwoord en drukt weer op de sensor. Een lege kilte kruipt langzaam in haar lichaam. Het is de leegte die er al zolang gewoond heeft en zwijgend probeert Aloka het gevoel en de afgemeten woorden tegen te houden. Onafgebroken gaat de stem van haar mentor door.
‘Je bent een kind van het systeem, Aloka. Zonder ons ben je niets meer dan een leeg omhulsel. Wij hebben je gemaakt, we kunnen je ook weer breken.’
Wankelend loopt Aloka naar haar bed. Ze laat zich op het dikke matras vallen en trekt de heerlijke woorden van Terence terug in haar lichaam
‘Dit is mijn liefde voor jou, Aloka.’
Liefde?
‘… pure passie … Lust voor de hitte onder jouw huid … Ongeremde geilheid en verlangen …’
Het zijn woorden die ze niet herkent. Ze heeft ze nooit eerder gehoord, maar hij heeft het haar laten voelen zodat ze weet wat het is.
Hij hoort bij de strijders. Een kleine groep mensen die zich afzetten tegen het systeem en de wereld over proberen te nemen. Slechte mensen met slechte bedoelingen. Die woorden kent ze wel. Ze hoort ze al haar hele leven en ze heeft ze altijd geloofd. Ze gelooft het niet meer. Terence is niet slecht. Wat hij haar heeft laten voelen, kan gewoon niet slecht zijn en ze hoort bij hem. Aloka weet dat het zo is.

‘Geef antwoord, Aloka!’
Ze blijft zwijgen en trekt de zachte dekens over zich heen. Onafgebroken duwt ze op de sensor in haar pols. De stem van haar mentor blijft haar wijzen op de opdracht die het systeem haar gegeven heeft. ‘Het olympisch record en dan een kind, je bent de verplichting aangegaan.’
Onder de dekens schudt Aloka haar hoofd. Ze is helemaal niets aangegaan. De verplichting werd haar opgelegd op het moment dat ze geboren werd. Ze had geen keus.
‘… ik zal je laten voelen dat je meer bent dan de machine die het systeem van je heeft gemaakt …’
Terence heeft het haar laten voelen en nu wil ze meer. Veel meer.
Ze is geen machine. Een machine kan niet voelen.
Met haar nagels krabt ze over de huid die over de sensor ligt. Eerst zacht, maar steeds harder en steviger. Er verschijnen rode striemen en even later helderrood bloed dat naar boven sijpelt. De stem van haar mentor wordt dwingender. ‘Wat doe je, Aloka! Dat is strafbaar. Stop daar onmiddellijk mee of ik zal zorgen dat de patrouille je komt halen.’
Het wondje wordt groter en ze bijt op haar lip als  haar vinger onder haar huid verdwijnt. Ze voelt het zachte materiaal van het plaatje dat zich al haar hele leven in haar rechterpols bevindt. Tranen branden in haar ogen wanneer ze tergend langzaam de sensor uit haar vlees peutert. Het is vergroeid met het weefsel eromheen en ze klemt haar kiezen op elkaar om niet uit te schreeuwen van de pijn. Zweetdruppeltjes verschijnen op haar voorhoofd en ze probeert de krakerige stem van haar mentor buiten te sluiten. De woorden die nu en dan haperend in haar hoofd verschijnen zijn hard en vol dreigementen.
‘Je zult er spijt van krijgen …’
‘… je lotsbestemming is niet …’
‘… vergeten … eenzame verbanning … Patrouille … onderweg.’
De stem wordt steeds vager en moeilijker te verstaan en op het moment dat Aloka de sensor uit haar pols trekt, wordt haar hoofd gevuld met een stilte die ze nog nooit eerder heeft ervaren. Ze kijkt naar de bloederige wond in haar vlees en het dunne plaatje tussen haar vingers. Het behelst haar hele leven. Haar verleden en haar heden. Ze vouwt het dubbel en ziet met genoegen kleine barstjes in het materiaal verschijnen.
Haar verleden en haar haar heden, maar haar toekomst niet meer. Haar toekomst ligt bij Terence en de nieuwe wereld die hij haar heeft beloofd. Haar toekomst is vrij en ligt volledig voor haar open. Haar bestemming is veranderd en heeft nieuwe zijwegen gekregen. Paden die haar zullen leiden naar een nieuwe wereld, zonder lotsbestemming.
Ze is de vrouw van Terence, geen machine.

Haar vingers zoeken de warme plek in haar nek en zodra ze de zachte welving onder haar huid raakt, klinkt zijn zachte stem in haar hoofd. ‘Ongeduldig mijn lief?’
De spieren in haar buik trekken ritmisch samen en ze zucht.
‘Heel erg. Haal me hier alsjeblieft weg. Ik ben er klaar voor.’


Ik schreef dit verhaal voor de bijeenkomst van 25 maart van Ewa-Nederland. Het thema voor deze bijeenkomst; ‘Schrijf een erotisch verhaal dat zich afspeelt in het jaar 2517’

Als ik heel eerlijk ben dan moet ik zeggen dat het erg lang duurde voor ik een verhaal op papier had waar ik tevreden over was. Ik begon en ik begon weer, en dat heeft zich een keer of zes herhaald. Geen thema waar ik direct een ‘klik’ mee had dus. Of het me gelukt is een beeld over het jaar 2517 te creëren mag je zelf beoordelen.

Hier lees je meer over de inhoud van de bijeenkomst en andere verhalen die zijn gelinkt.

5 reacties

  1. Zouden we in 2517 nog wedstrijden houden? Waarschijnlijk wel, want de oude Grieken deden dat al. Dat is goed uit de verf gekomen. Toch zouden we vanuit het heden weinig van 2517 herkennen. Ga in gedachten 500 jaar terug: Willem van Oranje is nog niet geboren, we kunnen de mensen niet verstaan en niet lezen wat ze schrijven. Dit komt maar matig aan bod; alleen een aantal thema’s van nu zijn komen aan de orde en dat is volgens mij het zwakke punt. Zo reizen de mensen per shuttle maar hebben ze dan al lang niet iets nieuws uitgevonden? Dat alles neemt niet weg dat ik het met plezier gelezen heb.

  2. Je worsteling met het thema heeft een spannend verhaal opgeleverd dat vanuit de toekomst subtiel verwijst naar onze eigen tijd met thema’s zoals de verwording van de sport, de aantasting van de privacy, genetische manipulatie etc. Ik zag het stadion uit ‘Metropolis´ voor me. Meer commentaar op de meeting!

  3. Erg goed, Sandra. Spannend en met zorg geschreven. Het deed me sterk denken aan de Hunger Games. Uitgebreid commentaar op de bijeenkomst volgende week, voor nu: complimenten!
    Groet,
    Mhtsk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2019 Vlammende verzinsels

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑

error: Content is protected !!
%d bloggers liken dit: