68ddeb92e079a23af3b6b49250b09c39Minggus houdt haar vast, dicht tegen zich aan en hij voelt haar siddering als ze diep zucht. Hij tilt haar gezicht op en neemt bezit van haar mond. Ze klampt zich aan hem vast en een snik ontsnapt uit haar keel. Hij kijkt haar aan. ‘Pijn?’
Janaila schudt haar hoofd. Haar lichaam is heet en gloeit, maar ze voelt geen pijn. Alleen maar de allesoverheersende vervulling van zijn aanwezigheid. Hij zoent haar nog een keer en staat op. Ze wil ook omhoog komen, maar Minggus schudt zijn hoofd en pakt de linnen tas die hij bij haar kleren op de grond had gelegd. Janaila volgt zijn bewegingen en slaat haar armen om haar naakte lichaam. Ze kijkt hem vragend aan als hij voor haar komt staan en een brede, zilveren ketting aan haar laat zien. Aan het eind van de ketting zit een leren riem. Hij knikt. ‘Kus de ketting Saya.’
Ze drukt haar lippen op het koele metaal en Minggus houdt de leren riem tussen zijn handen. ‘Mond open.’
Janaila opent haar mond, Minggus legt het leer tussen haar lippen en wacht tot ze haar mond weer dicht doet. Zonder iets te zeggen loopt hij van haar weg. Zorgvuldig vouwt hij haar kleding op en stopt ze in de linnen tas. Janaila rilt. De hitte die eerder nog in haar lichaam zat, verdwijnt langzaam en de kou dringt via de grond in haar benen naar de rest van haar lichaam. Wanneer Minggus weer bij haar komt houdt hij zijn hand voor haar gezicht en ze opent haar mond. Die riem valt in zijn hand. Hij kijkt op haar neer. ‘Op alle vier Saya’
Niet begrijpend kijkt ze hem aan. Hij legt zijn hand in haar nek en duwt haar een beetje naar voren. ‘Op handen en knieën, je hoofd omhoog.’
Ze zet haar handen in de vochtige bladeren en duwt haar kin in de lucht. Voorzichtig schuift hij haar haren opzij en hij bevestigd de ketting aan haar halsband. Weer rilt ze. ‘Ik heb het koud.’
De riem van de ketting landt onzacht op haar billen en ze slaakt even een kreet. Minggus kijkt haar aan. ‘Heb ik gezegd dat je mag spreken?’
Janaila schudt haar hoofd en hij knikt. ‘De volgende is harder. Ik wil dat je me volgt.’
De gedachten razen door haar hoofd als hij langzaam begint te lopen en de ketting tussen hen in omhoog komt van de grond. Ze schudt haar hoofd. Minggus draait zich naar haar om. ‘Toe maar Saya, volg me.’
De ketting trekt aan haar halsband en langzaam tilt ze haar rechterhand op, gevolgd door haar linkerbeen. Haar linkerhand, gevolgd door haar rechterbeen. Aarde en vochtig blad blijft aan haar huid kleven als ze achter Minggus aan, over de bemoste grond kruipt. Ze voelt zich klein en naakter dan naakt. Tegelijk wordt ze overspoeld door een groeiende trots als ze Minggus zijn ogen ziet. Hij glimlacht en knikt, waarna hij zich weer omdraait en met trage stappen voor haar uit loopt.

In zijn hoofd wordt het licht en in zijn borst gloeit het warm. Janaila kruipt achter hem aan alsof ze nooit anders heeft gedaan en ze kruipt zoals hij het altijd voor zich heeft gezien. Het beeld dat hij al zolang in zijn hoofd heeft. De vrouw die hij aan zijn zijde wil. Dienend en alleen om hem te behagen. De verhalen en boeken die hij erover heeft gelezen en hoe die verhalen hem steevast een enorme erectie bezorgden. Hij heeft ernaar gezocht, maar moest toen accepteren dat de kans klein was dat hij ooit zo’n vrouw zou ontmoeten. Een vrouw die uit vrije wil aan zijn voeten zou knielen en voor hem zou kruipen. Een vrouw die zou toestaan dat hij haar gebruikt zoals het hem behaagt en voor zijn eigen genot. Een vrouw die niets anders wil dan hem behagen en zich wil laten gebruiken, laten slaan en laten vernederen. Bij willen en weten. Omdat het hem genot geeft.

Heel soms had hij contact met een vrouw. Een sessie van een paar uur waarbij hij zijn fantasie kon laten gaan en zijn genot op haar kon botvieren. Het gaf kortdurende bevrediging, maar liet hem altijd leeg achter. Een vrouw die zich wil laten gebruiken als deurmat, een voetveeg en daar haar eigen genot uit wist te halen. Hij kon er ver in gaan en toch was het niet wat hij wilde. Wanneer de sessie voorbij was en hij bij haar weg ging, of zij bij hem, bleef zijn lichaam achter met een heet verlangen naar meer en anders. Naar voor altijd. Niet voor een paar uur, of wanneer zij er zin in heeft. Altijd, ieder moment van de dag. Zeven dagen per week.

In Janaila heeft hij het gevonden en hoewel ze nog onervaren is, ziet hij in haar ogen het verlangen hem te behagen. Hij ziet dat hij haar zou kunnen trainen tot de vrouw die hij aan zijn zijde wil. Zijn slavin. Zijn Kajira.

Janaila laat haar gedachten komen en gaan. De weerstand die ze heel kort voelde, is verdwenen. Ze kijkt naar de voeten van Minggus en volgt hem waar hij haar brengt. Het vocht en de kou voelt ze niet meer. Het is of ze in een bubbel verdwijnt en in die bubbel bestaat alleen nog maar Minggus.
Haar Meester?
Het is wat hij zei. ‘Kom voor je Meester.’
Is zij nu zijn slavin? Omdat ze voor hem kruipt. Omdat ze hem volgt zonder vragen?
Ze beweegt door het afgevallen blad, kruipt omhoog over een kleine heuvel en aarzelt maar even als hij haar over een geasfalteerd voetpad leidt. Wanneer ze op het strandje komen, zakken haar knieën een beetje weg in het vochtige zand. Korte zinnen razen door haar hoofd.
Als er mensen komen?
De gedachte verdwijnt.
Als iemand haar herkent?
Minggus is haar Meester.
Is hij niet bang dat mensen hen zullen zien?
Het geeft niet. Ze doet wat hij wil. Mensen mogen denken wat ze willen. Het zal haar niet raken. Niet zolang Minggus naast haar is.
Hij leidt haar langs het water alsof hij een wandeling maakt met zijn hond. Zijn bewegingen zijn soepel en ontspannen en hij heeft een kalme glimlach rond zijn mond.
Als iemand hem ziet, dan ziet hij een gelukkige man. Zoals Janaila hem wil zien. Gelukkig. Omdat zij naast hem is.

Wanneer hij het hele meer rond is gegaan, houdt hij stil. Janaila wacht tot hij voor haar staat en door zijn hurken zakt. Ze kijkt hem aan en wacht tot hij iets tegen haar zegt. Het duurt lang en al die tijd heeft hij die glimlach op zijn gezicht. Zijn ogen zijn warm en zacht. ‘Hoe voel je je Saya?’
Ze knikt, voelt plotseling tranen branden en wendt haar ogen af. Hij tilt haar gezicht op. ‘Met woorden Saya, je bent een intelligente vrouw. Gebruik woorden. Hoe voel je je.’
Haar stem trilt. ‘Fijn. Ik ben waar ik wil zijn.’
Minggus knikt. ‘En je bent van mij, vergeet dat niet. Niemand anders, alleen ik.’
Ze zucht. ‘Mijn Meester.’
‘Jouw Meester.’
‘En ik jouw slavin?’
Hij lacht. ‘Misschien, ooit, maar voorlopig nog niet. Je hebt nog veel te leren.’
‘Wat ben ik dan?’
Hij gaat staan en maakt zijn riem los. Janaila kijkt om zich heen. Ze zitten in het zicht, vlakbij het voetpad. De lantaarns branden en er is niet genoeg schaduw om aan het zicht onttrokken te worden. Ineens voelt ze weer dat ze naakt is en ze schudt haar hoofd. Minggus opent de knopen van zijn broek. ‘Ga rechtop zitten Saya, je handen op je bovenbenen, de palmen naar boven.’
Hij pakt haar stevig bij haar haren en dwingt haar gezicht omhoog zodat ze hem wel aan moet kijken. ‘Je bent mijn slet. Mijn hoertje. Ik doe met je wat ik wil, wanneer ik dat wil en hoe ik dat wil. Jij doet wat ik wil. Mond open.’
Met grote ogen kijkt ze hem aan en ze opent haar mond. Warm duwt hij zichzelf tussen haar geopende lippen terwijl hij haar aan haar haren vast blijft houden. Diep glijdt hij in haar mond, over haar tong en langs haar lippen. Ze probeert adem te halen als hij terugtrekt, maar hij zit alweer in haar keel.
‘Door je neus ademen sletje.’
Tranen springen in haar ogen als hij elke keer een beetje dieper lijkt te gaan en ze zet haar handen tegen zijn benen.
‘Handen op je knieën.’
Ze probeert te slikken en onderdrukt het kokhals reflex, terwijl hij steeds sneller haar mond in en uit glijdt. Ze schudt haar hoofd en probeert hem weer weg te duwen.
‘Handen Saya!’
Zijn harde stem veroorzaakt een opgewonden buiteling in haar maag ze voelt hoe het tussen haar benen heet begint te bonzen. Wanneer hij  zichzelf helemaal in haar mond duwt, en haar gezicht tegen zijn buik aantrekt, worstelt ze zich hoestend los. Hij pakt haar weer bij haar haren en geeft haar een felle tik op haar wang. Het doet geen pijn, maar de tranen springen in haar ogen.
‘Mond open Saya. Ik bepaal wanneer het klaar is en het is nog niet klaar.’
Weer verdwijnt hij diep in haar mond en ze heeft het gevoel dat ze stikt als de lucht uit haar longen verdwijnt. Wild schudt ze met haar hoofd, maar Minggus blijft haar stevig vasthouden. ‘Ik bepaal.’
Haar hoofd wordt licht en ze heeft het gevoel dat ze tegen hem aan weg begint te zweven. Wanneer hij haar onverwacht loslaat, valt ze voorover en veroorzaakt de stoot zuurstof felle flitsen achter haar ogen. Hij vangt haar op en slaat zijn armen om haar heen. Met haar gezicht in zijn schoot huilt ze met gierende uithalen en Minggus streelt zacht over haar rug, terwijl hij sussend tegen haar praat. ‘Het is goed Saya. Je hebt het goed gedaan. Je Meester is trots op je.’

Wanneer ze gekalmeerd is, gaat hij staan en maakt hij zijn broek dicht. ‘Kom, we gaan terug naar de auto. Op alle vier Saya.’
Weer kruipt ze achter hem aan, maar ze heeft het gevoel alsof ze boven haar lichaam zweeft. Ze telt zijn stappen en volgt hem in hetzelfde ritme.
Bij de auto reikt Minggus haar zijn hand en wankelend laat Janiala zich overeind helpen. Hij houdt haar vast en opent het achterportier. ‘Blijf staan sletje. Leun maar tegen de auto.’
Hij spreidt een deken uit over de achterbank en laat haar erop kruipen. Ze gaat op haar zij liggen en trekt haar benen tegen zich aan, slaat haar armen eromheen. Zorgzaam vouwt Minggus de deken om haar heen en hij haalt de ketting los van haar halsband. Voorzichtig drukt hij een zoen op haar voorhoofd. ‘Doe je ogen dicht Saya, en rust. We gaan naar huis.’
Janaila heeft het gevoel dat ze zweeft en zijn stem lijkt van ver te komen. Nog voor hij de auto heeft gestart is ze in slaap gevallen.


‘Op alle vier’ is een vervolg op ‘In steen geschreven

Minggus en Janaila zijn belangrijke personages uit de verhalen van Gaisha’s Zoë. Wil je meer over haar weten? Klik dan op de foto.

zoe-wht